© VRT

'Als iemand in zo'n omstandigheden overlijdt, daar schrik je van'

Silvio Aquino, een van de hoofdverdachten in het Limburgse drugsproces, is donderdag vermoord in Opglabbeek. Walter Van Steenbrugge verdedigt in deze zaak een handlanger van de familie. ‘Het stoort me enorm dat advocaten worden beschouwd als ‘de copains’ of het verlengstuk van hun cliënten. In de publieke opinie worden we beschouwd als één pot nat. Dat terwijl wij gewoon als juridisch schild in de rechtszaal dienen.’ Dat zei de strafpleiter in het Canvas-programma 'Terzake'

malbrechts

Normaal zou de grootschalige rechtszaak tegen de Aquino’s hervat worden op 7 september. Nu Silvio Aquino, één van de kopstukken, donderdag werd gedood, heeft het er alle schijn van dat het tot een uitstel zal komen.

Meester Van Steenbrugge werd in de studio van Terzake naar zijn mening gevraagd. Hij hekelde het openbaar ministerie, dat volgens hem in het proces-Aquino meedoet aan een opbod van scherpe stellingen en persoonlijke verwijten. Hij haalde tevens uit naar de media, die volgens de strafpleiter de verdachten al kruisigen terwijl het geheime onderzoek nog loopt.

Vooringenomenheid

‘De advocaten zijn zelf slachtoffer van die mediatisering’, aldus Van Steenbrugge. ‘Opgejut door de media vormt de publieke opinie zich een vooroordeel, zonder het dossier te kennen. Dat de Aquino’s een eigen stijl hebben qua taalgebruik en mimiek, versterkt die vooringenomenheid nog.’

De advocaat, die in dit proces een schoonbroer van de zopas vermoorde Silvio Aquino en nog twee andere verdachten bijstaat, denkt dat het proces zal uitgesteld worden omdat er door alle partijen moet kennis genomen worden van de implicaties die de moord heeft op het proces.

Zware fouten

‘Bovendien moet eerst het onderzoek naar het onderzoek worden afgerond’, aldus Van Steenbrugge. ‘Er zaten vervalste stukken in het dossier. Bewijzen werden willekeurig door de speurder ‘in elkaar geflanst’. Verdachten zijn botweg in de val gelokt. Enfin, al die zware fouten maken het noodzakelijk dat de rechtbank eerst kan oordelen of het onderzoek correct is gevoerd, vooraleer zich uit te spreken over de grond van de zaak.’