© Maurice Deckers

© Maurice Deckers

© Maurice Deckers

© Maurice Deckers

thumbnail: null
thumbnail: null
thumbnail: null
thumbnail: null

Neos bezoekt Bergen, de scheepslift van Strépy-Thieu en het hellend vlak van Ronquières

Voor onze laatste daguitstap van het lopende werkjaar hadden we gekozen voor een mengeling van cultuur en technische hoogstandjes. Bergen is immers dit jaar culturele hoofdstad van Europa, maar daarnaast ook hoofdstad van provincie Henegouwen en thuishaven van Elio di Rupo en de twee waterbouwkundige kunstwerken spreken voor zich.

Maurice Deckers

Vrijdagmorgen 14 augustus rond 7u stapten deels in Eksel, deels in Hechtel 71 Neosvrienden op de dubbeldekker richting Wallonië en Waals Brabant. Gezien het vroege uur maakten een aantal gebruik van de tijd die nodig was om onze bestemming te bereiken om een dutje te doen en zo wat slaap in te halen. Weinig files en zo slaagden we er in om tijdig in Bergen aan te komen rond 9.30u. Er werd zoals dat bij senioren traditie is met koffie/thee en een croissant gestart.

Rond 10.00 vervoegden ons drie gidsen. De groep werd in min of meer 3 gelijke delen verdeeld en zo konden we beginnen aan onze gegidste wandeling in Bergen.Het Stadhuis, een oud gotisch gebouw, is gelegen aan de Grote Markt en tegenwoordig het werkpaleis van burgemeester Di Rupo. Van buiten is het al prachtig, maar de echte schatten bevinden zich binnen onder de vorm van prachtige kabinetten met heel mooie wandtapijten en Koninklijke geschenken.Op de voorgevel van het gebouw bevindt zich het beeld van het Aapje de Hoofdwachter, het symbool van Bergen. Hoe het er eigenlijk gekomen is, is onduidelijk, maar men zegt dat wanneer men het apenhoofdje met je linkerhand aait dit geluk brengt. Ik hoop iedere deelnemer dit dan ook gedaan heeft, dan staan ons nog heel wat gelukkige tijden te wachten.Onze rondgang eindigde in de Sint-Waltrudiskerk met zijn prachtig koor, grote heiligenbeelden en beroemde gouden koets. In deze kerk bevinden zich ook de 2 relikwiekasten met de resten van Sint-Waltrudis. Eénmaal per jaar worden deze in de stad rondgedragen tijdens een religieuze en historische processie. Dit jaarlijks folkloristisch feest van de stad is gekend onder de naam Ducasse, maar ook onder de naam “Doudou”en wordt jaarlijks bijgewoond door circa 250.000 bezoekers.Na de processie heeft telkens het gevecht plaats van Sint-Joris met de draak, strijd die telkens door Sint-Joris gewonnen wordt, deze overwinning staat symbool voor het goede dat het kwade overwint.

Al wandelend konden we ook een blik werpen op het pas gerestaureerde Belfort, intussen Unesco werelderfgoed. Het Belfort is opgetrokken uit zandsteen, is 87 m hoog en de toren doet denken aan een theepot met 4 theekopjes.We vernamen ook dat de bouw van het nieuwe treinstation, van de hand van architect Calatrava, dezelfde die het Guillemin treinstation in Luik bouwde, al ver boven zijn voorziene budget zit en waarschijnlijk pas ergens in 2017 zal af zijn.Na de cultuur was het tijd voor technologie.Om de hoogteverschillen tussen het Vlaams-Brabantse en het hoger gelegen Henegouws plateau te overbruggen werd vroeger gebruik gemaakt van talloze sluizen, om hieraan een oplossing te bieden bouwde men twee waterbouwkundige “kunstwerken”: de scheepslift van Strépy-Thieu en het Hellend vlak van Ronquières.De scheepslift van Strépy-Thieu werd voor het eerst gebruikt op 2 september 2002 en werd lange tijd beschouwd als één van de Belgische Grote nutteloze werken. Maar door het dichtslibben van de wegen blijkt deze constructie tegenwoordig toch zijn nut te bewijzen als volwaardig milieuvriendelijk alternatief vervoermiddel voor goederentransport. Deze lift overbrugt een hoogteverschil van maar liefst 73m en is hiermede nog steeds de hoogste scheepslift ter wereld.Van de scheepslift reden we naar Halle waar een boot van Rivertours voor ons klaar lag. De tafels waren op het benedendek al gedekt met ons middagmaal zodat we er direct aan konden beginnen. Terwijl wij ons eten verorberden zette de boot koers naar het Hellend valk van Ronquières. Dit reusachtig bouwwerk op het kanaal van Charleroi naar Brussel werd opgericht in 1968 en strekt zich uit over 1432m en overbrugt een hoogteverschil van 68m. Indrukwekkend!

Tijdens onze overtocht zette de hemelsluizen hun poorten wagenwijd open, gelukkig was er voldoende ruimte op het schip waar we konden schuilen.Anderzijds hadden we ook wel geluk want zowel de scheepslift als het hellend vlak zagen we in werking. Telkens werden tijdens onze aanwezigheid één of meerdere schepen overgebracht.Beiden kunstwerken zijn een uithangbord en een getuigenis van de hoge technologische know-how van de Belgische bouwkunde in de 20ste en 21ste eeuw.Op de terugweg werd nog even halt gehouden om iets de eten en te drinken, zodat we niet met een lege maag huiswaarts dienden te keren.Het mooie, gevarieerde programma, de gezellige onderonsjes en leuke babbels, deden ons de sporadische regenbuien al snel vergeten.We mogen weer terugblikken op een geslaagde uitstap, met dank aan de organiserende bestuursleden van Neos Roza en Erzy, en aan de gidsen en de chauffeur voor hun fijne dienstverlening. Het programma van volgend jaar ligt al op jullie te wachten.

Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio