Te goedkope olie

Print
Te goedkope olie

Foto: HBvL

De voorbije dagen flirt de prijs van een liter diesel aan de pomp met één euro. Olie is sinds mensenheugenis niet zo goedkoop geweest.Niets dan goed nieuws, zo lijkt het wel. Helaas is dit niet het geval. Een deel van de dalende olieprijs is het gevolg van ingewikkelde politieke machinaties waarbij Saoedi-Arabië de internationale markten overspoelt met goedkope olie, om de Amerikaanse olie en gas uit schalievelden uit de markt te prijzen en wellicht om president Obama een hak te zetten omdat hij de Saoedische vijand Iran weer laat aansluiten bij de internationale gemeenschap.

Maar los van deze geopolitieke beschouwingen is de kelderende olieprijs ook een reflectie van de toestand van de wereldeconomie - en die is niet bepaald gezond te noemen. Vooral de vertragende economie in China moet zorgen baren.

Voor de Europese economie kan die vertraging niet op een slechter moment komen. De Grote Recessie die in 2008 begon is amper verteerd, of er dreigen nieuwe problemen aan de horizon. Europa is op dit vlak kwetsbaar. Na de Verenigde Staten is China, met een jaarlijks handelsvolume van 467 miljard dollar, de grootste afzetmarkt van onze industrie.

Maakt ook niet uit of onze kleine en middelgrote bedrijven relatief weinig uitvoeren naar China, die zullen de klappen wel krijgen omdat ze veel uitvoeren naar grotere Europese bedrijven waarvoor de Chinese markt wél van vitaal belang is. Er lijkt in China veel meer aan de hand dan een natuurlijke vertraging van de economie. Om de crisis van 2008 te lijf te gaan, heeft China miljarden gepompt in vaak nutteloze bouwwerken. In heel het land zijn nieuwe luchthavens, gigantische woonwijken en heel nieuwe steden aangelegd. In veel van die spooksteden is geen leven te bekennen. Het geld voor deze projecten kwam echter maar voor een deel uit de officiële financiële circuits, het leeuwendeel is afkomstig uit schaduwbanken, waar privéspaarders met hun geld terecht kunnen, maar waarop de overheid te weinig zicht en nog minder controle heeft.

Deze schaduwbanken zijn volgens sommige schattingen goed voor de helft van de Chinese economie, waardoor niemand nog echt goed zicht krijgt op hoe groot de speculatieve bubbel in het Rijk van het Midden wel is.

De Chinese overheid probeert nu met kunstgrepen bij te sturen, zoals een daling van de yuan om de uitvoer aan te zwengelen. Dit wil niet echt lukken want in juli ging de uitvoer met 8,3% achteruit in vergelijking met vorig jaar. In vergelijking met China lijkt de Griekse crisis nog maar een flauw voorspel was van ons te wachten dreigt te staan.