Cultuur: de vijfde macht

We dreigen de treinverbinding te missen in Limburg. Na de fysieke, nu ook de culturele trein. Tenminste, dat zei minister van Cultuur Sven Gatz vorige week in deze krant. De boodschap was duidelijk: als Limburg de komende jaren nog centen wil voor cultuur, dan zullen er meer en betere dossiers op tafel moeten worden gelegd. Gedeputeerde van Cultuur, Igor Philtjens, neemt vandaag de handschoen op. Hij wil zelfs een Limburgse kunsteninstelling uitbouwen, in navolging van de Ancienne Belgique in Brussel, De Singel in Antwerpen en De Vooruit in Gent.

Indra Dewitte

Ambitie kunnen we hier alleen maar toejuichen, want we zullen het nodig hebben. De afgelopen jaren hinkte Limburg telkens achterop, wanneer de cultuursubsidies uitgereikt werden. Maar liefst 92 procent ervan gaat naar instellingen binnen de ruit Gent, Brussel, Antwerpen, West-Vlaanderen. Dat heeft alles te maken met de grote steden die daar liggen. Traditioneel zijn dat broeihaarden van cultuur. Limburg heeft geen dominante grootsteden. Dat is vaak een sterkte, maar in dit geval eerder een zwakte van onze provincie. Want ondanks verdienstelijke pogingen van de burgemeesters van Genk en Hasselt, blijft alles toch heel versnipperd en te kleinschalig.

De afgelopen jaren is hier veel nagedacht over cultuurcompetentie en kunstparticipatie. Misschien wel te veel. Tijd om in actie te schieten. Het is onvoldoende om enkel het bronsgroen eikenhout op de kaart te zetten. Ook de Limburgse cultuurscene moet een ijkpunt zijn. En dat vraagt in de eerste plaats om Limburgers die er hun schouders willen onder zetten, die ervoor willen vechten. Wanneer cultuurminister Gatz erop wijst dat er weinig of geen Limburgse politici kandidaat zijn om in de commissie te zetelen die over de toewijzing van subsidies beslist, dan gaat dat ons verstand te boven. Econoom Ivan Van de Cloot heeft in het verleden immers al uitgerekend dat de organisaties die een commissielid in hun rangen telden, maar liefst 2 miljoen euro extra binnen haalden. Waar wachten we op?

Tenslotte zijn kunst en cultuur geen overbodige luxe. Ze zijn even nodig als onderwijs en gezondheidszorg. Voor kunst geldt hetzelfde als voor de journalistiek: het mag niet vrijblijvend zijn. Het moet vragen opwekken, emotie oproepen, ons soms naar de keel grijpen. En het mag vooral niet te braaf zijn. Cultuur is de barometer van een beschaving. Als journalistiek na de tres politica (de scheiding der machten) de vierde macht is, dan mogen we cultuur gerust de vijfde macht noemen. Het als de vier andere is het noodzakelijk voor de democratie. We kunnen dus zeggen: Go, Philtjens, go! De trein rijdt al. Zorg dat we erop zitten.