slangen op maandag

© HBVL

Uw buur, uw politieagent

Het vreselijkste bij een inbraak zijn niet de spullen die je kwijt raakt. Het vreselijkste is het gevoel van veiligheid en geborgenheid in je eigen woning dat je voor altijd kwijt bent. Ondanks gesofisticeerde bewakingssystemen en de successen die de politie boekt bij het opsporen van inbrekers, blijft het probleem van woninginbraken toenemen. De groeiende vraag om buurtinformatienetwerken is dan ook niet vreemd.

Noël Slangen

Bij een buurtinformatienetwerk organiseren bewoners van een wijk of straat zich om uit te kijken of er vreemde dingen gebeuren in de straat of buurt. Onbekenden die tussen de huizen dwalen, een auto die vaak en traag door de straat rijdt en andere ongebruikelijke gebeurtenissen.

‘Met grote kracht, komt grote verantwoordelijkheid’ zeggen ze in ‘Spiderman’. Het betekent dat wie over macht beschikt zich verantwoordelijker moet gedragen dan anderen. Van een politieagent verwachten we dat die koelbloediger is dan een andere burger. Buurtinformatienetwerken worden een probleem, als mensen die er in zitten zich een mandaat toe-eigenen dat ze helemaal niet hebben. Wie in een appartementsgebouw woont kent het verschijnsel: de man of vrouw die bijklust als conciërge of iemand uit de raad van mede-eigendom die zich ineens het stamhoofd en rijkswachter van het gebouw waant.

In de Verenigde Staten zijn al onschuldige mensen neergeschoten door buurtwachten die zich ‘politieagenten zonder uniform’ waanden. Niet zelden is iedereen die er wat afwijkend uitziet het snelst het slachtoffer. Vooroordelen kortom. Dan krijg je situaties waarbij een Oost-Europese dief in kostuum ongestoord kan rondlopen, maar iemand met een capuchon of met een afwijkend kleurtje steevast aangesproken wordt. Dat kan niet, het monopolie voor controles en geweld ligt bij de overheid, en dus bij politie en leger.

Bij het opzetten van zo’n netwerk moeten bewoners daarom bewust gemaakt worden dat hun mandaat niet verder gaat dan met mekaar communiceren en met de politie. En er zijn nog vragen. Een te grote toevloed aan meldingen - van een onbekende auto tot ergernis over joelende kinderen - kan de politie overspoelen en misdaadbestrijding bemoeilijken. En hoe vermijden we dat ‘een oogje in het zeil houden’ niet uitmondt in gluurgedrag of inbreuken op privacy?

Goede afspraken, sluitende regels en duidelijke grenzen zijn daarom nodig voordat we ons zonder nadenken op het massaal organiseren van buurtinformatienetwerken storten.