Man verdacht van diefstal 164.160 euro van gehandicapte zus zet rechtszaal op stelten

Print
Man verdacht van diefstal 164.160 euro van gehandicapte zus zet rechtszaal op stelten
Tongeren / Wellen -

Vrijdag moest een 53-jarige man uit Wellen zich verantwoorden voor de correctionele rechtbank van Tongeren voor het afhalen van een bedrag van 164.160 euro van de bankrekening van zijn mentaal gehandicapte zus (51). Tijdens de zitting vertoonde de man zelf uiterst bizar en defensief gedrag: zo maakte hij de rechter uit voor leugenaar en dreigde hij de rechtszaal uit te stormen. De rechter stelt nu een deskundige aan die moet oordelen of de man toerekeningsvatbaar kan worden verklaard.

Omdat de vrouw in een instelling zit en niet in staat is om zelf haar bankzaken te regelen, kreeg de man een volmacht op de rekeningen van zijn zus. Daarop stonden gelden die de vrouw van haar ouders geërfd had. De man deed echter overschrijvingen naar zijn bankrekening, haalde cash geld af en betaalde heel wat persoonlijke aankopen en facturen met het geld van zijn zus. In totaal ging het om een bedrag van 164.160 euro.

Toen de rechter hem tijdens de zitting ondervroeg, leek er een toneelstuk af te spelen. De man reageerde op elk feitelijk gegeven uit het dossier met vragen als “Wat is de waarheid? Is er een waarheid?” en verhief daarbij zijn stem. De rechter weigerde op die manier met hem te communiceren. De beklaagde beweerde dat elke geldafname in overleg gebeurde met zijn zus en dat het geld diende om aan ‘de armen’ te geven. Naar eigen zeggen leefde hij extreem christelijk en zou hij ooit beloond worden voor zijn vrijgevigheid. “We wilden voorkomen dat het naar de staat ging. De maatschappij is corrupt”, zo klonk het. Toen de rechter zich afvroeg hoe overleg met zijn mentaal gehandicapte zus mogelijk was, richtte de man zich tot de advocaten van de burgerlijke partij. Agenten hielden hem tegen en schermden de advocaten af om de situatie in de hand te houden.

Ook voor de bewindvoerders had de vijftiger geen goed woord over: “Dat zijn mensen die zichzelf willen verrijken. Ik ken hun achterpoortjes.” Toen de rechter aangaf dat de eerste bewindvoerder in de zaak ontslag nam omdat de man hem tegenwerkte, werd hij razend en liep hij naar de deur van de rechtszaal. “Man, dat zijn allemaal leugens die gij vertelt”, riep hij. Uiteindelijk bleef hij toch in de zaal en lachte hij met de feiten uit het strafdossier: “Ge hebt geen bewijzen.”