Wat verandert er op 1 januari? (deel 2)

Print
Wat verandert er op 1 januari? (deel 2)

Foto: Belga

Op 1 januari veranderen er weer heel wat zaken die invloed hebben op de portefeuille van de Belg. Daarnaast verwelkomt de Eurozone ook een nieuwe lidstaat en komen er zwaardere straffen voor hardleerse bestuurders. Vandaag krijgt u het tweede deel van ons overzicht van wat er zoal verandert in 2015.

Bedrijfswagens zwaarder belast

Werknemers die een bedrijfswagen ter beschikking krijgen en die ook privé mogen gebruiken, betalen vanaf begin volgend jaar meer belastingen. Die belastingsverhoging is het gevolg van de jaarlijkse aanpassing van de standaard CO2-uitstoot voor het berekenen van het belastbare voordeel. Zowel voor diesel- als benzinewagens daalt de standaarduitstoot, waardoor het belastbare voordeel stijgt.

Voor elektrische of hybride wagens, heeft de daling van de standaarduitstoot geen effect. Ook auto’s met een zeer hoge CO2-uitstoot blijven buiten schot.

Leeftijdgrenzen voor SWT (brugpensioen) verschuiven

Vanaf 1 januari 2015 worden de leeftijdsgrenzen in het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT, het vroegere brugpensioen) opgetrokken.

Het individueel SWT is voortaan pas mogelijk vanaf 60 in plaats van 62 jaar. SWT bij herstructureringen of in bedrijven in moeilijkheden kan vanaf 1 januari pas van 55 jaar en die leeftijd stijgt later geleidelijk naar 60 jaar. De leeftijd blijft echter op 55 zolang er een tweejaarlijkse kader-cao is waarop sectoren kunnen intekenen.

Is die kader-cao er niet of tekenen de sectoren niet in, dan blijft het leeftijdspad naar 60 jaar behouden.

Het SWT voor zware beroepen (ploegenarbeid en onderbroken uren), 20 jaar nachtarbeid en arbeidsongeschiktheid in de bouw vereist voortaan een loopbaan van 33 jaar en een minimumleeftijd van 58 jaar. Die leeftijd stijgt naar 60 jaar na advies van de Nationale Arbeidsraad (NAR). De leeftijd blijft echter op 58 jaar mits een tweejaarlijkse kader-cao waarop de sectoren kunnen intekenen.

Gepensioneerde 65-plussers mogen onbeperkt bijverdienen, maar pensioenbonus sneuvelt

Vanaf 1 januari kan een gepensioneerde 65-plusser onbeperkt bijverdienen. De regering-Michel heeft de maximumbedragen geschrapt voor het toegelaten beroepsinkomen dat gecumuleerd mag worden met het pensioen.

Om vandaag onbeperkt te kunnen bijverdienen moet een gepensioneerde 65 jaar zijn én een loopbaan van 42 jaar achter de rug hebben. Wie niet aan deze voorwaarden voldoet, mag slechts 22.293 euro bijverdienen als loontrekkende en 17.835 euro als zelfstandige (de bedragen zijn hoger als er nog kinderen ten laste zijn). Die grenzen vallen nu weg. Dat betekent dat elke gepensioneerde die minstens 65 jaar is of een loopbaan van 45 jaar achter de rug heeft onbeperkt kan bijverdienen zonder pensioenrechten te verliezen.

Minder goed nieuws is er voor wie op (vervroegd) pensioen kan gaan, maar blijft werken. Tot nu had hij of zij recht op een pensioenbonus. Elke gewerkte dag leverde een extraatje op. De bonus wordt op 1 januari afgeschaft voor iedereen die er voor die dag geen recht op had.

Tijdskrediet en landingsbanen worden strikter

Vanaf 1 januari worden de mogelijkheden voor tijdskrediet en landingsbanen ingeperkt. Nieuwe aanvragen voor niet-gemotiveerd tijdskrediet zijn vanaf volgend jaar niet meer mogelijk. Maar wie tijdskrediet neemt om de zorg voor iemand op te nemen kan dat gedurende 48 kalendermaanden doen in plaats van 36 maanden vandaag.

Landingsbanen worden pas mogelijk vanaf 60 jaar. Bij herstructurering en bij zware beroepen en lange loopbaan kan nog vanaf 55 jaar in het systeem gestapt worden. Dan moet wel een kader-cao worden afgesloten. De sectoren moeten deze cao door eigen cao’s activeren, zoniet verhoogt de leeftijd geleidelijk naar 60 jaar.

Miserietaks wordt teruggeschroefd naar 1 procent

De in de zomer van 2012 gestemde verhoging van de verdeeltaks, die al snel de bijnaam “miserietaks” kreeg, wordt op 1 januari 2015 grotendeels ongedaan gemaakt. Vanaf dan is het basistarief opnieuw 1 procent, in plaats van de eerdere 2,5 procent, voor wie getrouwd was of al minstens een jaar wettelijk samenwoonde.

Wanneer mensen scheiden, scheidt ook hun gezamenlijke woning. Vaak koopt de ene partner het hele huis van de andere over. Op die som moeten de gewezen partners evenwel belastingen betalen: sinds augustus 2012 gaat het om 2,5 procent. Die belasting heet in feite de verdeeltaks, maar omdat scheiden zelden aangenaam is, werd de belasting al snel de miserietaks genoemd.

Voor wie minder dan een jaar wettelijk samenwoont of feitelijk samenwoont, blijft het tarief van 2,5 pct gelden.

Vermindering van werkgeversbijdrage voor eerste drie aanwervingen

De sociale lasten voor de aanwerving van de eerste drie werknemers dalen vanaf 1 januari verder, met 50 euro per trimester. De ingreep geldt zowel voor werkgevers die nu al genieten van de doelgroepenvermindering als voor werkgevers die na Nieuwjaar hun eerste aanwervingen doen.

De bestaande verlaging was op een jaar tijd goed voor 3.170 extra banen en leverde netto 32 miljoen euro op. De extra verlaging van de werkgeversbijdrage geldt volgens dezelfde modaliteiten: dertien trimesters voor de eerste twee aanwervingen en negen trimesters voor de derde aanwerving. Volgens bevoegd minister Willy Borsus (MR) komt dat neer op een bijkomende daling van de sociale lasten van 1.750 euro per nieuwe werknemer voor de volledige 22 trimesters.

Taks op pensioensparen verlaagd van 10 naar 8 procent

Om het pensioensparen verder aan te moedigen, verlaagt de federale regering de zogenaamde “anticipatieve heffing” van 10 pct naar 8 pct. Tot en met 2014 werd op de leeftijd van 60 jaar een eenmalige eindbelasting van 10 procent geheven. Die heffing wordt nu verlaagd tot 8 procent. In ruil wordt de volgende vijf jaar al 1 procent ingehouden op bestaande contracten.

Wie pas in 2015 met pensioensparen begint, zal niet vervroegd worden belast. Die spaarders worden op 60-jarige leeftijd de volledige taks van 8 procent belast.

De regering-Michel besliste daarnaast ook om de fiscale aftrekbaarheid de komende vijf jaar te bevriezen op 940 euro per jaar. Die bevriezing geldt ook al vanaf het aanslagjaar 2015, dus voor de inkomsten en uitgaven van 2014. Aanvankelijk gingen de banken ervan uit dat voor 2014 het plafond op 950 euro zou liggen. De eventueel te veel gestorte 10 euro zal worden overgedragen naar volgend jaar.

Nieuwe maatregelen over werkloosheid

Het federale regeerakkoord bevat een rist maatregelen over werkloosheid die op 1 januari 2015 ingaan. Het gaat meestal om beperkingen in de uitkering of de voorwaarden. Uitzondering wordt gemaakt voor werkende 65-plussers die voortaan tijdelijke werkloosheidsuitkeringen kunnen krijgen.

Wie tijdelijk werkloos is, ziet zijn uitkering dalen tot 65 procent van het laatst verdiende (geplafoneerde) loon. Dat was 70 procent en in 2008 als anticrisismaatregel zelfs 75 procent.

Ook de voorwaarden voor de inschakelingsuitkeringen wordt aangepast. Voortaan geldt een limietleeftijd van 25 jaar en vanaf 1 september worden er in overleg met de gemeenschappen ook diplomavereisten opgelegd. Uitkeringstrekkers met het MMPP-statuut (medische, mentale, psychische of psychiatrische problemen) kunnen nog twee jaar een inschakelingsuitkering krijgen indien ze op 1 maart 2015 in een traject zitten en voor zover dit hoogstens 10 procent van de doelgroep per gewest bedraagt.

De vrijstelling wegens sociale of familiale redenen om aan de voorwaarden van de RVA te voldoen wordt geschrapt. Dat geldt ook voor de actieve of passieve beschikbaarheid voor oudere werklozen en mensen in het SWT (het vroegere brugpensioen), behalve voor wie op 31 december 2014 de leeftijd van 60 jaar bereikt heeft.

Er komen tijdelijke werkloosheidsuitkeringen voor werkende 65-plussers. In de sociale wetgeving werd een 65-plusser beschouwd als een gepensioneerde. Dat betekende echter dat hij geen recht had op de sociale bescherming van actieve loontrekkenden.

De Inkomensgarantie-uitkering (IGU) voor mensen die deeltijds het werk hervatten wordt verminderd omdat teruggegrepen werd naar de oude berekeningswijze.

Vast remgeld voor specialisten

Vanaf 1 januari 2015 bedraagt het remgeld - het bedrag dat patiënten uit eigen zak moeten betalen na tussenkomst van de ziekteverzekering - voor een bezoek aan een geneesheer-specialist 12 euro. Patiënten die recht hebben op de verhoogde tegemoetkoming van de ziekteverzekering, zullen 3 euro moeten ophoesten. Door de maaregel zullen sommige remgelden verhogen, terwijl andere zullen dalen.

De grootste toename gebeurt bij de gespecialiseerde diagnostische bilan voor dementie. Daarvoor zal het remgeld bij patiënten zonder verhoogde tegemoetkoming stijgen van 6,33 euro naar 12,00 euro.

Bij de pluridisciplinaire geriatrische evaluatie daalt het remgeld het meest, van 27,13 euro naar 12,00 euro. De maatregel is behalve een vereenvoudiging, na een aanbeveling van het Federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE), ook ingeschreven in de begrotingsdoelstelling 2015 en moet een besparing van 32,9 miljoen euro opleveren.

Zwaardere straffen voor hardleerse bestuurders

Bestuurders die meermaals een zware verkeersovertreding begaan, kunnen voortaan strenger bestraft worden. Vanaf een tweede inbreuk kunnen ze hun rijbewijs voor minstens drie maanden verliezen.

De maatregel is bedoeld voor recidivisten. Dat zijn mensen die binnen de drie jaar nadat ze door een politierechter veroordeeld zijn, opnieuw een zware verkeersinbreuk plegen. Het gaat dan bijvoorbeeld om overdreven en onaangepaste snelheid, rijden zonder geldig rijbewijs of onder invloed van alcohol en drugs, vluchtmisdrijf plegen of de aanwijzingen van een agent niet respecteren.

Een bestuurder die voor de tweede keer een zware overtreding maakt - en dat moet niet langer dezelfde inbreuk zijn -, zal zijn rijbewijs voor minstens drie maanden verliezen. Bij elke volgende overtreding loopt die minimumtermijn op. Om zijn rijbewijs terug te krijgen, moet de hardleerse bestuurder ook slagen voor een reeks examens (theoretische en praktische rijproef, psychologische en medische testen).

“De strijd tegen recidive is een van de prioriteiten in het mobiliteitsluik van het regeerakkoord”, zegt minister van Mobiliteit Jacqueline Galant (MR). “Door een kleine minderheid van bestuurders die regelmatig zware overtredingen begaat, deze mogelijkheid te ontnemen, willen we de doelstelling om tegen 2020 het aantal ongevallen en verkeersslachtoffers te verminderen een stap dichterbij brengen.”

De federale regering wil het aantal verkeersdoden tegen 2020 halveren tegenover 2010, tot 420.

Alcohollimiet voor professionele bestuurders verlaagd tot 0,2 promille

De regels voor rijden onder invloed van alcohol voor professionele bestuurders worden verstrengd. Chauffeurs van vrachtwagens, autobussen en taxi’s mogen voortaan nog maar 0,2 promille alcohol in het bloed hebben. De maatregel moet de verkeersveiligheid ten goede komen.

De verstrenging was begin 2012 al aangekondigd, maar gaat pas nu effectief van kracht. Transportfederatie Febetra was al langer vragende partij voor een lagere alcohollimiet, en zelfs voor nultolerantie. “Rasechte professionals, zoals vrachtwagenchauffeurs, hebben een voorbeeldfunctie inzake verkeersveiligheid”, stelde de federatie enkele jaren geleden al. “Een vrachtwagenchauffeur die onder invloed zou rijden, is een gevaar op de weg.”

Meemoeder in lesbisch koppel moet kind niet meer adopteren

Vanaf 1 januari kan de meemoeder in een lesbisch koppel net als een vader een afstammingsband vestigen ten opzichte van een kind. Tot nu moest een meemoeder steeds via de lange weg van adoptie gaan om dezelfde rechten te krijgen als een vader.

De afstammingsband is automatisch als de moeder en meemoeder gehuwd zijn. Indien het kind buiten het huwelijk geboren is, kan de meemoeder het kind erkennen. Als het kind verwerkt werd in een gezamenlijk ouderschapsproject (medisch begeleide voortplanting binnen een fertiliteitscentrum), kan de afstammingsband gevestigd worden door een gerechtelijk onderzoek naar meemoederschap.

Vanaf 2015 moet de meemoeder het kind dus niet meer adopteren. Ook kinderen die voor 1 januari 2015 geboren of verwekt werden, kunnen nog erkend worden door de meemoeder.

Ook Belgen in buitenland hebben vrije naamkeuze

Vanaf 1 januari 2015 kunnen ook de Belgen in het buitenland de verklaring tot naamsverandering afleggen om aan hun kinderen de door hen gekozen naam te geven.

Sinds 1 juni 2014 kunnen ouders de naam van de vader, de naam van de moeder of een combinatie van beide namen aan hun kinderen geven, in de volgorde die zij zelf wensen. In principe gelden deze regels slechts voor koppels van wie de kinderen zijn geboren of geadopteerd na 1 juni 2014 maar voor minderjarige kinderen die voor deze datum zijn geboren of geadopteerd, is het eveneens mogelijk om een naamsverandering aan te vragen, om de naam toe te kennen volgens de bepalingen van de nieuwe wet. Belgen die hun woonplaats in het buitenland hebben, konden dit vooralsnog niet omdat de consulaire beroepsposten niet bevoegd waren om deze verklaringen te ontvangen. Dat verandert dus vanaf 1 januari. De regeling geldt tot 31 mei.

Daarnaast kan ook de langstlevende ouder vanaf 1 januari 2015 een verklaring tot naamswijziging afleggen. Vanaf die datum kan ook een verklaring afgelegd worden indien een tweede afstammingsband na 31 mei 2015 vastgesteld werd of indien een afstammingsband vervangen wordt door een betwisting met vaststelling van een nieuw ouderschap. Deze hypotheses waren in de oorspronkelijke wet over het hoofd gezien.

Registratie- en successierechten worden door Vlaanderen geïnd

Met de staatshervorming krijgt Vlaanderen er, zoals bekend, een pak bevoegdheden bij. Een ervan is de inning van registratie- en successierechten, die op 1 januari dus een Vlaamse bevoegdheid worden. Daarmee verandert ook de naam. De Vlaamse overheid heeft het voortaan over registratiebelasting en erfbelasting.

Registratierechten zijn belastingen die de ontvanger van de registratie int bij de registratie van akten of geschriften die wegens hun aard, hun voorwerp of een later feit verplicht moeten worden geregistreerd. De registratie gebeurt door het afschrijven, ontleden of vermelden van een akte of van een geschrift door de ontvanger van registratierechten in een register.

WADA verstrengt antidopingcode

Op 1 januari gaat de nieuwe antidopingcode van het Wereldantidopingagentschap (WADA) van kracht. Dopinginbreuken zullen vanaf dan strenger worden bestraft. Bovendien zal kunnen worden opgetreden tegen de trainers of begeleiders van aan doping gelinkte sporters.

Concreet wordt de standaardtermijn voor een eerste dopingvergrijp voor wie bewust naar doping grijpt, opgetrokken van twee naar vier jaar schorsing. Ook de verjaringstermijn wordt opgetrokken van acht naar tien jaar. Strafmaten worden flexibeler - sporters die kunnen aantonen dat de inname van een stof onvrijwillig gebeurde, kunnen lichtere straffen krijgen - en er wordt slimmer en efficiënter gecontroleerd. Niet in elke sport zijn bepaalde stoffen of producten namelijk nuttig als doping. Daarnaast worden niet meer verblijfsgegevens opgevraagd dan nodig. Ook zal er strenger opgetreden kunnen worden tegen trainers en begeleiders van sporters die aan doping worden gelinkt.

Vlaams minister van Sport Philippe Muyters was als expert-minister in de Foundation Board van het WADA (afgevaardigd door de EU) nauw betrokken bij de samenstelling van de nieuwe code. De nieuwe code van het Wereldantidopingagentschap WADA werd al in november 2013 goedgekeurd door de politieke en de sportwereld, maar de lidstaten moesten de wijzigingen nog in hun eigen wetgeving omzetten, zodat de nieuwe regels tegen begin 2015 van kracht kunnen zijn. Op 17 december werd het nieuwe antidopingdecreet unaniem goedgekeurd in het Vlaams Parlement.

Lees hier nog eens het eerste deel van ons overzicht.