5 biljoen stukjes plastic in alle wereldzeeën samen

Print
5 biljoen stukjes plastic in alle wereldzeeën samen

Foto: AP

Wereldwijd zwerven er zo’n 5 biljoen grote en vooral kleine stukken plastic in de oceanen. Samen hebben al die stukken een gewicht van meer dan 250.000 ton. Dat blijkt uit een studie van onderzoekers aan de Amerikaanse Universiteit van Connecticut.

5.000.000.000.000. Om zoveel stukjes plastic gaat het. Een van de onderzoekers, Marcus Erikson, visualiseert het zo: ‘Er ligt evenveel afval in de oceaan dan wanneer we 2 liter-flessen op elkaar zouden stapelen en daarmee reiken tot aan de maan, en terug. En dat dan nóg eens heen en terug.’ Of een andere vergelijking: er ligt 48 keer meer plastic in de oceanen dan het aantal mensen dat ooit op onze aardbol leefde. Dat betekent dus dat als elk stukje plastic uit de oceaan wordt gehaald en dat zou verdeeld worden onder iedereen die nu leeft op de aardbol en iedereen die ooit leefde, iedereen dan minstens 48 stukjes zou krijgen.

Die grote afval-hoeveelheden in de oceaan hebben heel wat gevolgen voor de fauna en flora in het water. Vissen en andere zeedieren kunnen verstikken in grotere stukken plastic. De kleine microdeeltjes, waarin vaak gevaarlijke chemische stoffen zitten, worden ook opgegeten door vissen. Wanneer die vissen gevangen worden voor consumptie, komen die microdeeltjes plastic ook in de voedselketen en zo ook weer bij de mens terecht.

Wereldwijd amper 5 procent gerecycleerd

Bovendien betekent dat ook dat er eigenlijk nog meer plastic in de oceaan terecht komt, want een grote hoeveelheid van het plastic zit in de magen van zeedieren, of ligt op de bodem van de zee.

En de onderzoekers voorspellen dat de gigantische hoeveelheid plastic nog zal toenmenen omwille van de wereldwijd stijgende productie van wegwerpplastic. Amper 5 procent van het plastic wereldwijd wordt gerecycleerd.

24 expedities

Om na te kunnen gaan hoeveel plastic er ronddrijft in de oceaan, hebben de onderzoekers een aantal expedities ondernomen tussen 2007 en 2013. Tijdens die 24 expedities in de Atlantische, de Stille en de Indische Oceaan, de kust van Australië, de Golf van Bengalen en de Middellandse Zee, werd er onderzocht wat er in de sleepnetten terecht kwam. Daarnaast keken de onderzoekers ook naar gegevens die voortkwamen uit visueel onderzoek. Op basis van die twee onderzoeken, konden de wetenschappers een oceanografisch model van drijvend vuil opstellen om zo een nauwkeurige schatting te maken.