Buren Ilse Bafcop getuigen over vele ruzies: ‘Ik vreesde toen al voor haar leven’

Print

De buren van slachtoffer Ilse Bafcop (42) hebben maandagnamiddag voor het Antwerpse assisenhof getuigd over de ruzies die er geregeld waren tussen haar en beschuldigde Bruno De Buyzer (46). “Ik heb haar meermaals gevraagd om de relatie stop te zetten omdat ik vreesde dat het haar dood ging worden, maar zij bleef het goede in hem zien”, verklaarde haar vroegere buurvrouw en vriendin Christine.

Ilse en Bruno hadden sinds februari 2010 een tumultueuze knipperlichtrelatie, die met veel ruzies en klappen gepaard ging. “Naar mijn mening was het een onhoudbare situatie. Voor mij zou zo’n relatie onleefbaar zijn”, verklaarde buurvrouw Kim. Buurman Volker, die Bruno wel eens hoorde roepen tijdens een van hun ruzies, vergelijk hem met Dr. Jekyll en Mr. Hyde: het ene moment gedienstig en vriendelijk, het andere moment kwaad.

Christine was eerst verbaasd dat Ilse dat allemaal toeliet. “Voor ze met Bruno was, durfde ze voor zichzelf op te komen en was ze sterk en zelfzeker, maar hij bewerkte haar emotioneel. Hij zorgde ervoor dat ze haar zelfvertrouwen kwijt raakte en dat ze zich lelijk en minderwaardig ging voelen. Maar Ilse bleef hopen dat hij zou veranderen en dat ze het perfecte gezinnetje zou hebben. Alleen heeft ze daar te veel voor opgeofferd.”

Bruno was volgens haar ook de reden waarom de dochter van Ilse bij haar vader ging wonen. De beschuldigde zou haar niet in huis hebben gewild en zou ook jaloers zijn geweest op de aandacht die het meisje van het slachtoffer kreeg. “Ilse was een goede moeder en zij en haar dochter waren onafscheidelijk. Maar ze was bang dat Bruno haar iets ging aandoen en daarom vond ze het veiliger als ze bij haar papa ging wonen.”

Christine had zelf ook een staaltje van de jaloezie van de beschuldigde te zien gekregen, of beter: te horen gekregen. “Ilse had me eens gevraagd om een telefoontje van hem te beantwoorden omdat zij toen net op het toilet zat. Ze was bang dat Bruno weer in alle staten zou zijn, als ze niet antwoordde. Toen ik in haar plaats opnam, werd hij kwaad en de manier waarop hij tegen me sprak was echt beangstigend.”

Toen de assisenvoorzitter aan de beschuldigde vroeg of dat klopte, kon hij dat alleen maar beamen. “Ik zat toen in de psychiatrische afdeling en Ilse had beloofd dat ze me ging komen bezoeken. Toen ik belde, bleek dat ze bij Christine was. Ik ben toen inderdaad verbaal agressief geworden.”

(belga)