slangen op maandag

Verlies

Verlies

Foto: HBvL

Vorige maandag werd Béatrice Berlaimont gevonden in een bos vlakbij haar school, gekneveld en vermoord. Een onbeschrijflijke slag voor de ouders, maar ook voor onze samenleving, waar haar dood tot in ieder huisgezin nazindert. In dezelfde week zendt VTM een programma uit over de moorden van Dutroux, tegen de zin van een van de ouders van een slachtoffer.

Dit soort gebeurtenissen raakt ons, want ze confronteren ons met de angst zelf iemand te verliezen. Op een begrafenis rouwen we om degene die ons ontvalt, maar we denken misschien net zoveel aan al degenen waarvan we houden en wat het zou betekenen als wij hen zouden verliezen. Maar dat is niet meer dan dagdromen in vergelijking met het verdriet van ouders die effectief een kind verliezen.

Ik sprak een tijd geleden met een vriendin die een lieve zoon verloren had. Ik zei haar dat ik dacht dat niemand die het niet zelf meegemaakt had, kon voelen wat zij voelde. Dat was zo, zei ze me. Ze vertelde hoe ze zich geërgerd en eenzaam gevoeld had, bij al die mensen die haar kwamen zeggen dat ze zich haar verdriet konden voorstellen. Niemand kan zich dat verdriet voorstellen. Ik dacht hier aan terug toen ik deze week na een vergadering nog even bleef napraten met Jean Lambrecks, vader van het door Dutroux vermoorde meisje Eefje.

Hij was geschokt dat VTM gezegd had dat ze zijn toestemming hadden voor de uitzending, terwijl hij die nooit gegeven had. Hij wilde helemaal niet dat die uitzending er kwam. Toch zond VTM het programma uit. De zender vond blijkbaar dat het persoonlijk verdriet van een ouder niet opwoog tegen het in Vlaanderen in herinnering brengen van deze gruwelijke feiten. Dat was ook het standpunt van Paul Marchal, vader van An, een ander slachtoffer. Dat het goed was om de herinnering levend te houden. Twee totaal tegengestelde visies.

Mijn 17-jarige dochter kende het Dutroux-verhaal niet. Voor haar was het allemaal nieuw, en het verhaal maakte een diepe indruk op haar. Maar heeft het daarom zin? Child Focus zegt dat we onze kinderen moeten vertellen hoe uitzonderlijk deze gebeurtenissen zijn, en dat je er je leven niet door mag laten bepalen. Zelf maak ik me er inderdaad meer zorgen over dat mijn dochter ’s morgens naar school fietst in ons moordende verkeer. Moeten wij die gebeurtenissen dan wel in de herinnering van nieuwe generaties bewaren? Of moeten wij de nabestaanden rust gunnen?

Wordt er werkelijk een hoger doel gediend, meer dan het pure emotionele ramptoerisme? Wij willen dat het verhaal blijft leven, zodat hun dood niet zinloos was, hoor je dan. Die redenering klopt alvast niet. Iedere dood is zinloos, maar geen dood is zinlozer dan die van een kind dat nog een heel leven voor zich zou moeten hebben.

Noël Slangen