Bracke op de rooster

Print
Bracke op de rooster

Foto: HBvL

Het was nog maar eens koekenbak, gisteren in de federale Kamer. Tijdens het vragenuurtje heeft - op het Vlaams Belang na - de voltallige oppositie het halfrond verlaten. Uit protest tegen de handelswijze van Siegfried Bracke en de willekeur van premier Michel, klonk het fel. Vooral kamervoorzitter Bracke kreeg de volle laag. Hij is té bevooroordeeld, niet neutraal en hij kent het vak niet, klonk het in de wandelgangen.

Aanleiding voor de heisa waren enkele vragen van de oppositie die niet werden beantwoord door de respectievelijke ministers aan wie ze eigenlijk waren gesteld. Zo wilde premier Charles Michel zélf antwoorden op een vraag over de cashdrempel die eigenlijk werd voorgelegd aan N-VA-staatssecretaris Elke Sleurs. Anderzijds weigerde hij de vraag over de band tussen Jan Jambon (N-VA) en de extreemrechtse Jean-Marie Le Pen. Die speelde hij wél door aan Jambon. Laurette Onkelinx (PS) en Kristof Calvo (Groen) reageerden furieus en stapten op.

Dat is natuurlijk onzin. Ten eerste is het absoluut normaal dat de regering zelf bepaalt wie zal antwoorden op vragen van de kamerleden. Het is tenslotte één regering. Of zoals Open Vld-fractieleider Patrick Dewael het zei: de regering is één en ondeelbaar. Een premier die enkele vragen naar zich toe trekt, is heel gewoon. Ook Di Rupo deed dat en Verhofstadt voor hem. Dat de oppositie daar ontevreden over is, is ook van alle tijden.

Ten tweede mogen we ons stilaan vragen beginnen stellen bij de werkwijze van deze oppositie. Dit is al de tweede week op rij dat het vragenuurtje onmogelijk wordt gemaakt door het lanceren van irritante proceduredebatten. Op die manier zet de oppositie zichzelf buiten spel. En de betrokken toeschouwer - u en ik dus - blijft op z’n honger zitten. Wij verwachten tenslotte dat zij de regering op de rooster legt. Vragen stelt. Tegenargumenten geeft.

Daar hebben we nu niks van gezien. Integendeel. PS, sp.a, cdH, PVDA en de Groen-Ecolofractie gingen in een soort parlementaire staking. Het zij zo. Maar dit is triestig. Oppositie mag hard zijn, liefst met de scherpte van een scalpel. Wat de oppositie vooral niét mag zijn is oppervlakkig.

En Bracke? De belaagde kamervoorzitter heeft rustig gereageerd. Met gezond verstand geoordeeld, en een toegeving gedaan om de gemoederen te bedaren. Het heeft niet mogen baten. Maar op het eind van de dag kan hij tenminste zeggen dat hij zijn job naar behoren heeft gedaan. Hij krijgt een goed rapport. Nu de oppositie nog.