‘Verdachte moskeebrand had moeten terechtstaan voor terroristische moord’

Print
‘Verdachte moskeebrand had moeten terechtstaan voor terroristische moord’

Rachid El Boukhari. Foto: Photo News

Brussel -

Rachid El Boukhari, de 38-jarige man die op 12 maart 2012 brand stichtte in de Anderlechtse Rida-moskee, had moeten terechtstaan voor moord met terroristische motieven. Dat hebben de advocaten van de familie van imam Abdullah Dahdouh woensdag gepleit op het Brusselse assisenhof.

De imam liet bij de brand het leven, maar El Boukhari staat enkel terecht voor opzettelijke brandstichting in een bewoond gebouw met een dode en gewonden tot gevolg, met de verzwarende omstandigheid dat de feiten met terroristische motieven werden gepleegd, opzettelijke slagen en verwondingen, wapenbezit en bedreigingen.

'Als hij enkel brand wou stichten, waarom had hij dan een bijl en een mes bij? ' vroeg meester Karina Ganeeva zich af. 'Waarom gooide hij geen molotovcocktail, zoals hij van plan was met de Russische ambassade en een Chinese supermarkt? Waarom wou hij komen op het tijdstip van het avondgebed, als er altijd veel mensen in de moskee zijn? Waarom heeft hij verhinderd dat mensen de moskee uitvluchtten?’

Volgens de familie Dahdouh en haar advocaten staat het vast dat El Boukhari mensen wou doden, maar omdat de kamer van inbeschuldigingstelling moord niet heeft weerhouden, kan de man er ook niet meer voor veroordeeld worden. Meesters Ganeeva en Didier de Quévy dringen er dan ook op aan dat hij wel schuldig zou bevonden worden aan alle andere tenlasteleggingen, vooral de verzwarende omstandigheden dat de feiten met terroristisch motief werden gepleegd.

De burgerlijke partij tilt er ook zwaar aan dat El Boukhari nog steeds geen enkele spijt lijkt te betuigen. 'De familie hoopte te begrijpen waarom El Boukhari de feiten heeft gepleegd', zei meester de Quévy. 'Het enige dat zij begrepen heeft, is dat de dader geen enkele spijt heeft en alleen uit was op wraak. Dit is een religieuze gek. Hij banaliseert de feiten en rechtvaardigt ze door te zeggen dat de slachtoffers ongelovigen waren. Terwijl de imam net een tolerant, respectvol man was, op wiens begrafenis zelfs katholieke priesters en de grootrabbijn van België aanwezig waren. De man had zelfs familieleden die soenniet waren, met wie hij zich heel goed verstond en die gebroken zijn door het verdriet om zijn dood.'