Graffiti op zaterdag

© Frans Baert

Aflevering nr. 1283

De laatste klaproos

Dat we uit het Vlaanderen van ‘Flanders Fields’ afkomstig waren, maakte weinig indruk op de soldaat aan de toegangspoort. Door het traliehek konden we niet veel zien van de ‘Memorial Garden’, aangelegd met zakjes aarde van de verschillende slagvelden rond Ieper. Alleen mensen met een uitnodiging mochten binnen, legde de soldaat uit.

fvranckx

* * *

In de straat marcheerde een groep mannen in burgerkledij voorbij - bolhoed op het hoofd, zwarte paraplu onder de linkerarm alsof het een wapen was. Ze liepen in de pas, zwaaiden met de armen zoals soldaten. Het was zondag 9 november in Londen. Twee dagen voor Wapenstilstand herdachten de Engelsen hun doden van Wereldoorlog I.

* * *

Een week geleden was er bijna geen man of vrouw die door de straten van de Britse hoofdstad liep zonder een papieren klaproosje in het knoopsgat. Het gedicht van John McCrae - ‘In Flanders fields the poppies blow’ - inspireert deze jaarlijkse traditie.De rode klaproosjes die na Wereldoorlog I op de slagvelden van Vlaanderen het hoofd boven de omgewoelde aarde staken, riepen voor McCrae de herinnering op aan de gesneuvelden en het bloedvergieten.Het Verenigd Koninkrijk verloor in die oorlog bijna een hele generatie - jongelui, vaders, zonen, vrienden, kunstenaars, dichters. Een aderlating waarvan het land honderd jaar later nog niet lijkt bekomen te zijn, als je ziet met hoeveel eerbied men tot de dag van vandaag over die ‘Great War’ blijft praten.

* * *

Hoe het verleden op de Britse Eilanden blijft doorleven, merk je bijvoorbeeld in de boekhandels waar nog hele afdelingen voor oorlog en militaire campagnes gereserveerd worden.Aan de kledij merk je het ook. Ik ken geen ander land waar je op straat mannen en vrouwen in het soort kleren kan zien dat door hun grootouders gedragen werd. Zelfs jonge mensen dragen jasjes en hoeden uit de tijd van de Blitz.

* * *

Enkele weken geleden was m’n zus ook in Londen. Ze vertelde hoe indrukwekkend de duizenden keramieken poppies waren die de afgelopen maanden in de slotgracht van de Tower werden geplaatst.Het was 11 november, als ik die poppies nog wilde zien moest ik me haasten, want een dag later verdwijnen alle klaproosjes uit het stadsbeeld.Vlakbij de Tower werd ik plots door een massa volk omringd. Ik hoorde dat die ochtend tijdens een speciale ceremonie de laatste klaproos in de slotgracht zou geplaatst worden. Puur toeval dat ik daar was. 888.246 poppies - het aantal Britse dodelijke slachtoffers van WO I.Ik klom op een stenen muurtje om beter te kunnen zien. Achter me stond een oudere man die met dezelfde bedoeling een trapladdertje had meegenomen, hij was hier al om vier uur ’s ochtends met vele anderen komen opdagen, vertelde hij.Even later stapte een oude militair met een hoofddeksel met witte veren naar een microfoon tussen de klaprozen. Hij las een lijst met namen van oorlogsslachtoffers af, en pauzeerde af en toe voor een ceremonieel kanonschot met veel rookontwikkeling aan de oever van de Thames.Iets voor elf werd de man door een groep mensen omringd, onder wie een tiener die klokslag elf de laatste keramieken poppy in de grond plantte. Daarna stilte.

* * *

Ik verliet de ceremonie met gemengde gevoelens. De jongeman die de laatste bloem had geplaatst, droeg militaire kledij - geen parade-uniform maar een camouflagepak. Een tiener klaar voor de oorlog. Als symbool kon het tellen. Nooit meer vrede?Een dag later stond op de frontpagina van bijna elke krant een grote foto van de jongeman - Harvey Hayes heet hij, dertien jaar oud, nog jonger dan ik dacht. Dertien omdat het jongste militaire slachtoffer van de Slag bij de Somme die leeftijd had.

* * *

Tijdens de ceremonie aan de Tower, had ik de man achter me aan zijn buur horen vertellen dat zijn tijd in het leger de mooiste periode van zijn leven was: “I recommend the services to every young person”, voegde hij toe.

* * *

Ik heb vier jaar in Londen gewoond, geen dag ging voorbij zonder dat ik iemand in uniform op straat zag - cadetten van de militaire school, gepensioneerden van het Royal Military Hospital, rekruten van de plaatselijke ‘barracks’, ook burgers die een militaire baret droegen.

* * *

In de ‘tube’, de Londense metro, hingen op de plaats waar anders reclameboodschappen om aandacht vragen, borden met oorlogsgedichten uit WO I, waaronder ook vier versregels van Edward Thomas, van wie we hier de afgelopen weken gedichten geciteerd hebben.

* * *

The flowers left thick at nightfall in the wood /This Eastertide call into mind the men, /Now far from home, who, with their sweethearts, should /Have gathered them and will do never again. //[De bloemen die bij ’t vallen van de avond dichtbegroeid in het bos werden achtergelaten, herinneren in deze Paastijd aan de mannen, nu ver van huis, die ze met hun liefjes hadden moeten plukken, maar dat nooit meer zullen doen.]Edward Thomas (1878-1917),In Memoriam (Easter, 1915)

* * *

12 november. Alsof op bevel waren de rode klaproosjes uit het stadslandschap verdwenen. Het voelde aan als een grote opluchting.Die nacht keek ik nog wat televisie vanop m’n hotelbed. Een dichter hield een brief in zijn hand van een soldaat aan zijn geliefde, uit het archief van het ‘Imperial War Museum’. Bij de brief zat een klaproos uit de velden van Vlaanderen, op een vel papier gekleefd.De bloem had zijn rode kleur verloren. Het verst gevorderde stadium van ‘verslenstheid’ dat ik ooit heb gezien. De vorm deed denken aan ‘roadkill’, de platgereden, onherkenbare resten van een dier dat door een auto werd gegrepen.Terwijl ik probeerde de slaap te vatten, bedacht ik hoe bevrijdend het zou zijn voor dit land, als volgende herfst van de poppy-traditie werd afgezien. De laatste klaproos werd op 11 november 2014 geplant. Een eeuw lang rouwen volstaat. Tijd om van een betere wereld te dromen voor de jongen van 13 aan de Tower.

Good luck en tot ziens.