duchâtelet op vrijdag

© HBvL

Sportsubsidies

Als voormalig schepen van Financiën weet ik hoeveel verlies een zwembad maakt. In Sint-Truiden is dat 1 miljoen euro per jaar. Voor 2,5 euro kan je er al zwemmen. Jeugdverenigingen en scholen betalen zelfs maar 1,5 euro. Dat kan alleen maar omdat elk Truiens gezin die tekorten van dat zwembad bijpast. Ook wie niet zwemt, betaalt 50 euro per jaar.

Roland Duchâtelet

Wat mij als schepen vooral opviel, is dat er in het sportbeleid geen lijn te trekken is. Welke sport krijgt wel subsidies, welke niet? En waarom? Noch de stad, noch de Vlaamse overheid kan hier op antwoorden. Iedereen vindt wel dat voetbal subsidies kan krijgen omdat dit een populaire sport is, maar niemand kan mij zeggen waarom dit dan niet voor tennis geldt. In Sint-Truiden gaven ze subsidies voor veel - zelfs voor biljart en voor modelvliegtuigjes - maar ook niet voor alles.

Ik herinner me nog een bezoek van het schoolparlement aan de gemeenteraad. Hun belangrijkste vraag was om paardensport te subsidiëren. Vooral meisjes vroegen dat. Hun reden? Paarden zijn zo lief.

Sport subsidiëren is nog iets uit de golden sixties, toen de overheid plots geld over had. Nu zitten we in een maatschappij die aanvaardt dat sporten iets mag kosten. Als je op café gaat, betaal je ook.

Dat sporten gezond is, weten we allemaal. Maar als gezondheid een criterium is, dan kan je dat ook al niet toepassen op de huidige subsidiereglementen. Want dan zou je fitnesscentra moeten subsidiëren, want fitnessen is het gezondst van alle sporten. Die centra krijgen nu niets.

Dus ik kijk uit naar deze of gene professor of (kandidaat-)minister die me zal uitleggen welke sport waarom gesubsidieerd moet worden. Ik vrees dat ik geen antwoord krijg.