Het mag wat meer zijn

Print
Het mag wat meer zijn

Foto: HBVL

Het was tot nu een heel druk politiek jaar met het einde van de legislatuur, de verkiezingscampagne en de aanslepende Vlaamse en federale regeringsonderhandelingen. Vooral voor de toppolitici was het een heel drukke periode. Dag en nacht moesten ze present geven tijdens de verkiezingscampagne. Daarna waren ze opnieuw dag en nacht betrokken bij de regeringsonderhandelingen. Weekends waren er niet meer bij. Ook voor hun naaste medewerkers was het een helse periode.

Dat ze nu een paar dagen vrij nemen om samen met hun gezin te recupereren, is niet meer dan logisch en is ze van harte gegund. Maar wat stellen we vast? De meeste van die toppolitici die betrokken waren bij de regeringsonderhandelingen, zijn ondertussen minister geworden en werken gewoon verder. Op Vlaams niveau legden ze de laatste hand aan hun beleidsbrieven, die sinds gisteren allemaal zijn ingediend bij het Vlaams Parlement. Op federaal niveau zijn ze nog volop bezig met het schrijven van die beleidsbrieven. Iets wat niet zo gemakkelijk is, omdat veel ministers ondertussen ook nog op zoek zijn naar goede medewerkers om hun kabinet samen te stellen. Op een verlengd weekend na hebben ze geen tijd voor wat vakantie.

Ondertussen genieten de Vlaamse parlementsleden en federale volksvertegenwoordigers van een weekje vakantie. Waarom? De meeste Vlaamse parlementsleden hadden van de verkiezingen van 25 mei tot de Septemberverklaring van 22 september weinig om handen. De meeste federale volksvertegenwoordigers gingen zelfs pas dinsdag 14 oktober voor het eerst opnieuw aan de slag. Om twee weken daarna al een week vakantie te nemen. Zeker, er zijn nog geen door de regering Michel ingediende wetsontwerpen. Dat kan geen excuus zijn. Ondertussen zijn er bij de Kamer wel al 515 wetsvoorstellen en voorstellen van resolutie ingediend, voorstellen die tijdens de vorige legislatuur niet werden besproken wegens te weinig tijd en daarom nu opnieuw werden ingediend. Waar wachten de volksvertegenwoordigers op om die te bespreken? Ze kunnen dat perfect doen, de aanwezigheid van een minister is niet eens nodig. Aan dit tempo geraken ze opnieuw niet besproken.

Elk jaar is er wel een politicus die voorstelt om minstens het zomerreces in te korten, om de parlementaire activiteiten ten laatste begin september te hernemen. Alle parlementsleden zijn het daar steevast mee eens. Maar in de feiten verandert er niets, helemaal niets. Het maakt dat onze parlementsleden bijna vier maanden vakantie hebben. Wie zou dat niet willen? Het feit dat ze bijna allemaal ook een lokaal mandaat hebben, is geen excuus. Hun parlementaire wedde slaat op hun parlementair werk. Die is meer dan behoorlijk.