Amerikaanse soldaten in Irak na 2003 blootgesteld aan chemische wapens

Print
Amerikaanse soldaten in Irak na 2003 blootgesteld aan chemische wapens

Foto: AFP

Zo’n twintig Amerikaanse soldaten zijn in Irak blootgesteld aan chemische wapens die dateren uit het tijdperk van Saddam Hoessein. Enkele militairen raakten daarbij gewond. Dat heeft het Pentagon gezegd, dat daarmee berichten van de New York Times bevestigt.

Het Amerikaanse blad onthulde eerder dat Amerikaanse en Iraakse soldaten tussen 2004 en 2011 gewond waren geraakt door chemische wapens en dat het Pentagon hen had verplicht om daarover te zwijgen.

Volgens de krant zouden de Amerikaanse troepen ongeveer 5.000 kernkoppen, obussen en bommen met chemische wapens hebben ontdekt. Het blad haalde die informatie uit tientallen gesprekken met betrokken personen en had ook toegang tot documenten van de inlichtingendiensten. Het kwam zeventien Amerikaanse soldaten en zeven agenten van de Iraakse politie op het spoor die zouden zijn blootgesteld aan zenuwgas en mosterdgas.

Een woordvoerder van het Pentagon heeft die berichten nu bevestigd, maar verklaarde dat het ging om “ongeveer 20” soldaten. Volgens de New York Times wordt het exacte cijfer geheim gehouden door de regering.

De wapens werden voor 1991 geproduceerd en waren bedoeld voor gebruik tijdens de oorlog tegen Iran (1980-1988). Voor de inval in Irak in maart 2003 had toenmalig Amerikaans president George W. Bush gezegd dat het regime van Saddam Hoessein over massavernietigingswapens beschikte. Die wapens werden echter nooit gevonden.