Provocaties zijn niet nodig

Print
Provocaties zijn niet nodig

De ministers en staatssecretarissen van de nieuwe regering-Michel zijn er meteen ingevlogen. Dat konden ze omdat de meesten betrokken waren bij de regeringsonderhandelingen en dus perfect op de hoogte zijn van het regeerakkoord. En omdat velen al langer wisten welke portefeuille ze zouden krijgen. Vooral de N-VA-excellenties lieten zich niet onbetuigd. Zo liet staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken meteen weten dat de uitwijzing van criminele illegalen zijn topprioriteit is. Kondigde minister van Financiën Johan Van Overtveldt aan dat hij de staatsbank Belfius wil privatiseren. En wil minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon niet alleen werk maken van de strijd tegen radicalisering maar ook het mes zetten in de vele premies bij de politie.

Dat nieuwe excellenties meteen hun hakken in het zand zetten, is menselijk. Ze willen hebben geweten dat ze er zijn. Ze geven een signaal aan hun achterban. En ze zeggen niets verkeerd, want het staat allemaal in het regeerakkoord. Toch is het de vraag of ze het meteen en vooral zo hard moesten zeggen. De regering heeft, zolang ze gesteund wordt door het parlement, het laatste woord. Zo nodig kan ze haar wil opdringen, ze heeft de democratische legitimiteit om dat te doen. Maar België is het land van het sociaal overleg. Belangrijke hervormingen worden het gemakkelijkst doorgevoerd in overleg met het maatschappelijk middenveld en de sociale partners in het bijzonder. Dat veronderstelt een sereen klimaat zonder al te veel provocaties. Dat is iets wat de N-VA-excellenties blijkbaar nog moeten leren. Nu ze minister of staatssecretaris zijn, hebben hun woorden een veel groter soortelijk gewicht. In de oppositie mag men zeggen wat men wil, in een regering moet men zijn woorden wikken en wegen.

Nu weten we ook wel dat het sociaal overleg de laatste jaren weinig voorstelde. De opeenvolgende regeringen moesten steevast met geld over de brug komen om akkoorden te smeden, in andere gevallen moesten ze zelf beslissen. Maar dat was toen en nu is nu. Vicepremier en minister van Werk en Economie Kris Peeters riep de sociale partners zondag op om samen met de regering een Toekomstplan voor dit land uit te werken en vervolgens uit te voeren. De werkgevers willen meewerken. De vakbonden aarzelen nog, overlegden gisteren een eerste keer over wat te doen. Het zou goed zijn mochten ze meewerken. Aan de besparingen en hervormingen valt niet te ontkomen. Het is wel mogelijk om ze sociaal te corrigeren. Daarom hebben de vakbonden er alle belang bij om wel mee te doen. En daarom hebben onze nieuwe excellenties er alle belang bij om het middenveld niet te provoceren.

Eric Donckier