Jelle Wallays: ‘Mooiste zege uit mijn carrière’

Print
Jelle Wallays: ‘Mooiste zege uit mijn carrière’

Foto: AFP

Jelle Wallays (Topsport Vlaanderen-Baloise) liet zich zondag in de sprint van Parijs-Tours niet ringeloren door oude rot Thomas Voeckler. Hij bleef in het het wiel van de Fransman en remonteerde hem in de sprint. ‘Dit is een prachtige overwinning’, aldus de 25-jarige Wallays. ‘Ik hoop dat dit deuren opent, want ik droom er nog steeds van om deel uit maken van een WorldTour-ploeg.’

Sinds 1996 wordt Parijs-Tours ook georganiseerd voor beloften. Al heel wat landgenoten, onder wie Jürgen Roelandts en Tom Boonen schreven deze wedstrijd op hun naam, ook Wallays in 2010, maar hij is de eerste die erin slaagt om ook de wedstrijd voor de mannen elite nadien aan zijn palmares toe te voegen.

‘Ik heb net vernomen dat ik inderdaad de eerste ben’, aldus Wallays. ‘Ik heb daar maar één woord voor: prachtig. Het is pas sinds zaterdagavond dat ik wist dat, net zoals in 2010, de start in Bonneval was. Vanmorgen heb ik er nog eens aan gedacht: vier jaar geleden haalde ik een mooie overwinning en de wind zit nu ook goed. Ik ga in de aanval gaan. En ik had geluk dat Voeckler mee was. Die doet zijn deel van het werk. Ik was al zeer tevreden geweest met een tweede plaats, maar als je dan de overwinning haalt tegen zo’n topper, dan kan je alleen maar zeer blij zijn.’

Op de Côte de Beau Soleil trok Voeckler stevig door, maar Wallays kraakte niet. ‘Ik heb daar Kevin (Van Melsen, die ook nog mee was vooraan, red) nog geremonteerd en ik zag dat Voeckler het ook lastig had. Ik wist dat ik nog wat overschot had in de benen en panikeerde niet. Ik ben Thomas gewoon blijven volgen.’

Hoewel het peloton nog dicht kwam, nam Wallays niet meer over van Voeckler. ‘Op drie kilometer van de streep besefte ik eigenlijk dat het tussen ons zou gaan’, aldus de renner van Topsport-Vlaanderen. ‘Ook op anderhalve kilometer keek ik nog eens om en zag ik dat we het zouden halen. Voeckler vroeg me nog om over te nemen in de laatste bocht, maar ik knikte van neen. Ik moest een beetje pokeren en ik besefte ook wel dat ik met een Fransman op pad was, die wilde gewoon winnen en hij zou zeker rijden tot aan de streep. Dat zat in mijn hoofd. Op de klimmetjes had ik ook gevoeld dat ik hem zou kunnen kloppen. Ik schrok wel dat ik nog over hem kwam in de sprint, maar goed: ik ben zeer gelukkig.’

Wallays kwam aan het venster piepen op het Belgische kampioenschap van 2011 in Hooglede. Voor eigen volk pakte hij er de bronzen medaille, na Philippe Gilbert en Gianni Meersman. ‘Toen dacht ik dat de trein vertrokken was’, aldus Wallays, ‘maar dat bleek niet het geval. Ik ben altijd hard blijven werken, maar kende heel wat pech de voorbije jaren en viel soms ook ziek op het verkeerde moment, vooral in het voorjaar waar ik toch meer mijn wedstrijden vind. Ik win hier deels ook uit frustratie. Ik ben heel gelukkig bij Topsport-Vlaanderen, maar ik wil graag een stap vooruit zetten, naar een WorldTour-ploeg. Ik hoop nu dat iedereen gezien heeft waartoe ik in staat ben. Als ik met deze conditie ook eens een goed voorjaar kan rijden, dan wachten me nog mooie tijden. Daar droom ik van.’