Graffiti op zaterdag

Goede smaak

Print
Goede smaak

Foto: FB

Aflevering nr. 1278 - Hij lag aan het eind van het bospad. Door het tegenlicht leek het alsof iemand er bouwafval gedumpt had. Het wandelpad naar de bossen en vijvers wordt wel vaker als ‘recyclagepark’ gebruikt.

Het was pas toen m’n hond me in die richting trok, dat ik merkte dat het geen brokstukken waren, maar de stoffelijke resten van een tuinkabouter.
De dwerg van gips was op zijn kant gerold, hij was zijn linkerbeen en ook de voet van zijn rechterbeen kwijt, en had beide armen verloren. Het soort verminkingen waarover we normaal enkel in nieuwsberichten uit oorlogsgebieden horen.
Ondanks zijn verwondingen bleef de tuinkabouter breed glimlachen. De blik in zijn ogen stond permanent op ‘vrolijk’. De gebroken kabouter, goed voor een lach en een traan.

* * *

Ik zou zo’n sierkabouter niet in mijn tuin binnenbrengen, tenzij voor een komisch effect.
Alle begrip voor iemand die van hem afwilde, maar niet voor de plek waar hij hem dumpte.
Naar voorwerpen die er lelijk of vulgair uitzien, kijk ik met verbazing, een zeldzame keer zelfs met bewondering - ‘Hoe is dit ooit uit een fabriek kunnen komen?’
Toen mijn leraar Nederlands het woordje ‘kitsch’ op het bord schreef, en uitlegde wat het betekende, apprecieerde ik hoe het ‘waardeloze’ nog een kans heeft om waardevol te worden. Ik zocht naar voorwerpen om in mijn ‘kitschmuseum’ tentoon te stellen. De collectie begon met een koekendoos van de koninklijke familie, een flesje in de vorm van Maria en een bosje plastic rozen. Omdat mijn ‘museum’ zich in m’n slaapkamer bevond, bleven de bezoekersaantallen zeer bescheiden.
Voor de rest van mijn leven ben ik van kitsch blijven houden. M’n bureau staat er vol mee. Een vorm van rebellie tegen het keurslijf van ‘goede smaak’. Ik apprecieer strak design, maar verzet me tegen de arrogantie en pretentie van sommige designers.
Een kunstenaar met wie ik bevriend was - zijn minimalistische schilderijen hangen thuis aan de muur - vertelde me ooit dat hij niet in een Chinees restaurant kan gaan eten omdat alles er zo lelijk uitziet. Persoonlijk hou ik ook meer van een zen-interieur in een Japans restaurant, maar dat is beslist niet de plek waar ik Chinees wil eten. De pekingeend smaakt het beste in een eetvertrek waar de kleuren rood en goud naar je roepen en schreeuwen, het volstaat met reusachtige vazen en beelden van dikbuikige boeddha’s, en veelpotige draken en kleurrijke paradijsvogels de wandversiering uitmaken. Daar vormt zich een glimlach op mijn gelaat, die er niet afgaat, precies zoals die van de gebroken kabouter.

* * *

Toen mijn vrouw naar Brighton vertrok, vroeg ze of ze iets voor me kon meebrengen.
Als ik aan Engelse badsteden denk, zie ik ‘saucy postcards’ voor me - gewaagde ansichtkaarten die naar familie en vrienden gestuurd worden. Zo had ik er graag enkele gehad.
Het blijft verbazing wekken hoe de illustraties op die kaarten niet enkel van bijzonder slechte smaak getuigen, maar ook opvallend expliciet zijn, zelfs voor exemplaren van een halve eeuw geleden. Het vergt zelfbeheersing om er - ondanks de ‘in-your-face’ vulgariteit - niet mee te lachen.
Mijn vrouw belde gierend vanuit Brighton: “Er zijn kaarten bij die ik eerst niet durfde te kopen!” Ik hoorde haar over de telefoonlijn blozen.
Geen mooier cadeau voor het thuisfront dan een kaart om je krom te lachen. Toch veel beter dan een ansicht met ondergaande zon, of zilvermeeuwen op het strand?

* * *

Op eBay vond ik een tweehonderd jaar oude Japanse prent van een wedstrijd ‘scheten laten’, in het samoerai-milieu.
Je ziet twee naakte vrouwen, het achterwerk richting scheidsrechter. De man is duidelijk uit het lood geslagen door enkele goed zichtbare, krachtige luchtstralen. Niet duidelijk wie gewonnen heeft. Een luchtig tafereeltje.

* * *

de wedstrijd scheten laten
begint dadelijk...
onder de winterdeken

Issa (1763-1828), 1815

* * *

Op de achterkant van een postkaart uit 1966 heeft een zekere Sheila geschreven dat ze een leuke vakantie beleeft, dat het weer goed is, en het eten lekker.
Op de voorkant een illustratie van twee loodgieters die druk in de weer zijn. De ene ziet met genoegen in de deur twee knappe meisjes in korte rokjes verschijnen, de andere kijkt in paniek naar de buis van het toilet die dreigt te barsten: ‘Come on ‘Arry - let’s get our tools out and get stuck into it!’ (Kom aan Harry, haal je gereedschap voor de dag, dan kunnen we erin vliegen!).

* * *

“Is deze foto niet een beetje té, voor in de krant bedoel ik?”
Mijn vrouw bestudeerde het kiekje en schudde het hoofd: “De foto is niet té, maar wat die vrouw draagt, dat is het wel!”
Ze keek opnieuw en zag dat de vrouw voor een hotdogkraam stond, samen met haar zoon en haar man. Helemaal rechts kijkt iemand in de andere richting. Vooraan rent een jongen weg.
“Best wel een goede foto”, zei ze: “Zit veel beweging in. En dat jeansbroekje waar alles uit hangt... Die vrouw vond het kunnen om ermee rond te lopen op straat. Haar smaak is de mijne niet, zoveel is duidelijk.”

* * *

Op een andere ‘saucy card’ zie je een vrouw met uitbundig decolleté. Voor haar staat de man die de schoorsteen komt vegen. Ze wijst naar zijn borstel: “Ik ben er helemaal klaar voor - probeer hem er zo diep mogelijk in te steken, wil je?”

* * *

Er was een kabouter uit Laren
die wilde een hofdame paren
zij stond al half bloot
maar was veel te groot
maar zijn muts kon dat klusje wel klaren.

uit: taalkabaal.nl

* * *

De gebroken kabouter is te zwaar om door een wandelaar weggehaald te worden. De kans dat iemand van de gemeente tot hier geraakt is klein.
Hij blijft er misschien voor altijd liggen. Weer en wind krijgen dan nog de kans om de ‘eeuwige’ glimlach van zijn gezicht te vegen, maar dat kan nog wel even duren.
De gebroken kabouter, goed voor een lach en een traan.

Good luck en tot ziens.

Uw trouwe dienaar, FB