Plastic kaftjes

Print

duchâtelet op vrijdag

Plastic kaftjes

Tegenwoordig jog ik op de stoep, omdat parken niet veilig zijn. (Zie mijn column over hondenpoep). Ik jog niet te snel, maar meisjes op weg naar school fietsen ook niet te snel. Anders kunnen ze niet babbelen. Zo kon ik dus onlangs al lopend een gesprek opvangen van een meisje - ik schat een eerstejaars van de middelbare school - over iets wat ze echt niet kon geloven. Namelijk dat een leerkracht haar had verplicht om plastic kaftjes te kopen. Van het soort met gaatjes waar ze dan haar notities in kon stoppen en die dan in een grotere map thuishoren. Zo zag haar cursus er uit. Dat vertelde ze aan haar vriendin op de andere fiets. Thuis was ze ook altijd met haar computer en mobiel bezig, dus vond ze dat gedoe met papier en plastic iets heel eigenaardigs. Een jaar of veertig geleden gebruikte iedereen die mapjes. Door de plastic revolutie werden die zeer goedkoop. Net zoals het voordien ondenkbaar was om uit plastic borden te eten met een plastic mes en een plastic vork. Misschien zegt dat ook wel iets over de leeftijd van die leerkracht. Want ik kan me niet inbeelden dat iemand die nu als leerkracht afstudeert, papieren velletjes met plastic errond als leerinstrument pedagogisch relevant zou vinden.

Ik was dan ook aangenaam verrast om te lezen dat Joëlle Milquet - tegenwoordig verantwoordelijk voor de Franstalige scholen in dit land - een oproep doet om het onderwijs van de 21ste eeuw uit te vinden. Dat onderwijs moet rekening houden met het internet en met alle nieuwe technologieën die ter beschikking staan van de leerlingen en leerkrachten. Scholen heruitvinden is het motto van de nieuwe Waalse regering.

Op het internet vind je intussen ook heel wat initiatieven over onderwijs. Zoals de Khan Academy. Een project dat gestart is door Salman Khan die bijles wiskunde gaf aan zijn nichtje. Dat meisje woonde ver, dus postte hij voor haar filmpjes op YouTube. Intussen zijn die lessen uitgegroeid tot een hele school en zijn er vrijwilligers die de filmpjes over allerlei onderwerpen en onderwijsniveaus vertalen naar het Nederlands.

Ook in Limburgse scholen zijn er leerkrachten bezig met methoden die meer aangepast zijn aan deze tijd. Ze blijven uit voorzichtigheid onder de radar van het Vlaamse schoolinspectieapparaat. Voor deze vrijheidsstrijders heb ik veel sympathie.

Scholen dienen vandaag twee doelen. Eén: leren. Twee: opvang, of meer oneerbiedig, babysitten. Ouders moeten gaan werken en iemand moet die kinderen bijhouden.

Door de nieuwe onderwijstechnieken op het internet, is het niet meer nodig dat leerlingen samenkomen in een klas, toch niet als het alleen om ‘leren’ gaat. De functie ‘leren’ kan je dus ook scheiden van de functie ‘bijhouden van de kinderen’.

Als je daarop durft door te denken, kan je inzien dat onze samenleving binnenkort helemaal anders georganiseerd kan worden, zeker het onderwijs. Samenkomen zal er zeker nog bij zijn, maar eerder af en toe en in wisselende groepen.

Het onderwijs in de wereld zal de komende jaren grondig veranderen. Velen zullen dit zien als een bedreiging. Maar elke bedreiging is ook een kans. Het Vlaamse beleid op dit vlak is niet ideaal: tussen het goedkeuren van de subsidies en de bouw van een nieuwe school voorziet men nu meer dan 20 jaar. Maar misschien is dat net goed. Als straks blijkt dat er veel minder schoolgebouwen nodig zijn, dan hebben we door die slakkengang ook veel geld uitgespaard.

Roland Duchâtelet