© HBVL

De juiste vragen stellen

Landsverdediging zou tijdens de komende legislatuur graag 575 miljoen euro extra krijgen. Dat geld zou nodig zijn om een investeringsprogramma van in totaal 7 miljard euro van nu tot 2030 op te starten. Daarbij denkt Defensie onder andere aan 50 nieuwe gevechtsvliegtuigen in vervanging van de F-16’s en aan nieuwe mijnenvegers en fregatten. Gelijktijdig zou het personeelsbestand van nu tot 2030 met 4.000 man verminderd worden tot 27.000 eenheden.

Eric Donckier

De vraag van Defensie komt niet uit de lucht gevallen. Om de overheidsfinanciën onder controle te houden, hebben de opeenvolgende federale regeringen bespaard op investeringen. Bij de spoorwegen, in overheidsgebouwen, het meest van al bij Defensie. Met als resultaat dat ons leger nu met vooral verouderd materiaal zit dat dringend aan vervanging toe is.

Uiteraard komt de vraag ongelegen. De op stapel staande Zweedse coalitie moet voor bijna 20 miljard euro besparen en nieuwe inkomsten zoeken om de overheidsfinanciën eindelijk onder controle te krijgen en onze economie te stimuleren om zo te komen tot meer tewerkstelling.

In feite is er geen geld voor investeringen bij Defensie.

Moet men de vraag daarom zomaar naar de prullenmand verwijzen? Men zou kunnen argumenteren dat het niet past om nieuwe gevechtsvliegtuigen te kopen op een ogenblik dat men de bevolking om zware inspanningen vraagt. Men zou kunnen argumenteren dat met de 4 tot 5 miljard euro voor nieuwe gevechtsvliegtuigen men de hele Belgische armoedeproblematiek in één beweging kan oplossen. Dat is te gemakkelijk.

De vraag die men zich in eerste instantie moet stellen, is de vraag of we wel een leger nodig hebben? Dat antwoord kan “néén” zijn. Dat zou pas een besparing zijn. In dat geval zijn we wel weerloos bij mogelijke aanvallen. En kunnen we moeilijk om de solidariteit van andere landen vragen wanneer we zelf niet bereid zijn om een inspanning te doen. Dat moeten we weten. Het antwoord kan ook een “ja” zijn.

In dat geval dringt zich een nieuwe vraag op: kunnen we geen afspraken maken in Benelux-verband, in Europees verband en in NAVOverband over wie wat doet? Het antwoord hierop kan enkel een “ja” zijn. We zijn partners. Alle landen kampen met financiële problemen. Door samen te werken, kan men die beperkte financiële middelen veel efficiënter inzetten. De nieuwe minister van Defensie moet in eerste instantie werk maken van dat overleg. Waarna de regering met kennis van zaken kan beslissen wat het leger nodig heeft en het leger dat ook kan geven.