vanmechelen op woensdag

© Luc Daelemans

Hotdog

Ik viel net niet uit de boot. Het gebeurde onlangs ergens in Arkansas, op een respectabel stuk meer, niet zo ver van het Ozark-plateau. We zaten over het leven te kouten, mijn Amerikaanse vriend en ik. Het was perfect weer zoals dat alleen in de Verenigde Staten kan. Stralende zon, dobberende boot, helmboswuivende bries, opaalblauwe hemel en af en toe een cloudscape om vingers en duimen van af te likken. Een voice-over en een soundtrack van Mychael Danna ontbraken om ons per direct in een commercial te mikken.

tomas

De babbel was diep en aangenaam, zoals de reflectie van de hemel in het meer. Tot mijn vriend over zijn hond begon. Zijn ‘companion’ waar hij vaak in Alaska mee op herten ging jagen, de ‘deer hunter’. Het dier had meer met hem opgetrokken dan zijn eigen vrouw en kinderen en hij sprak er vol vuur over. “Hij was 17 jaar en versleten, so I shot him in the head.” De woorden stuiterden het water over en vochten om betekenis in mijn brein. Ik was verbijsterd. Mijn eigen honden zou ik door de veearts naar het walhalla laten begeleiden, maar enkel als ze op hun einde waren en pijn leden. Nooit eerder. “Ik heb hem eerst een hotdog gekocht, dat at hij graag,” ging de vriend onverstoord verder. “Gelukkig had ik al een gat gegraven om hem te begraven. Ik zou het niet meer opgebracht hebben na het finale schot. Ik heb van mijn hart een steen gemaakt.” Een stilte viel over het meer, we groeven elk in onze gedachten. Korte meditatie. Euthanasie na een hotdog. Leven en dood in het woud, zoals dat al miljoenen jaren gebeurt op onze planeet.

De nieuwe hond, mee in de boot, zag geen vuiltje aan de lucht. “Ik laat hem altijd in het water springen om er de lege flesjes uit te vissen,” vertelde mijn vriend na de korte pauze. Voor me zat een gewetensvolle mens. Een die bovendien dagelijks belangrijke beslissingen nam. Zijn verhaal raakte me op een of andere manier heel diep. “Yeah, it was a fantastic dog and he absolutely hated the veterinarian, Koen,” peinsde hij luidop. De nieuwe hond sprong het water in en weg was hij, een flesje halen. De rimpels in het water spurtten naar de verre oevers van het meer, waar een diepgroene loofboom naar ons zat te kijken. In mij kolkten de gedachten en vochten associaties om als eerste door het oppervlak te breken. Was dit de juiste beslissing om meer leed te voorkomen? Is dit de manier hoe we met pijn moeten omgaan? Een gsm-oproep bracht ons terug tot de dagelijkse beslissingen. “We moeten in alle haast vertrekken”, zei mijn vriend, “urgent matter at the office”.

Koen Vanmechelen