Tongeren, donderdag 13 augustus 1914

Nog altoos verhaalt men voort de tijding van gisterenavond. Er zijn reeds veertig gekwetsten in ’t hospitaal, op een zestal na zijn het allen Duitsers.

Er zijn vele boerinnen op de markt. De eieren gaan 1,50 fr het vierdel; duiven 1 fr het koppel; hennen nog al duur. Er is nogal veel fruit op de markt. In de kleinen omtrek van Tongeren zijn er geen soldaten meer op de dorpen.

Om 9 uur verschijnt een partijtje wielrijders. Zij maken deel uit, zegt ons een Duitser, van het bataljon van het 19de jagers, hetgeen gelast is met de bewaking van de stad.

Om 10 ½ uur komt een bataljon de stad in. Het is een bataljon van het 17de regiment voetvolk, met enkele paarden voorop, veel vervoerwagens en enkele mitrailleusen. De laatste zingen in het voorbijtrekken een vaderlands lied. Zij rusten in de stad, drinken en eten wat, waarna zij den weg naar Hasselt inslaan.

Kwart vóór twaalf komen grote proviand-automobielen door de stad terug en nemen de 31 gevangenen van het tribunaal mede. De jongens zijn tevreden geweest van hun bewakers, en zij trekken heel tevreden door de stad, al groetend weg. Zij gaan tot Aken en zien dan toch hun vaderland terug. Hun wens is van te mogen daarblijven, zeiden ze.

De Pruisische soldaat is heel passief. Wanneer zijn officieren hem echter dwingen, dan wordt hij brutaal. Wat wil hij dan anders doen?

Het kanon heeft de hele morgen leelijk gebulderd. De Duitse soldaten zeggen dat het hun kanonnen zijn, die zij horen een fort beschieten. Men heeft hen gisteren ook wijsgemaakt, dat er nog slechts één fort stand houdt. Hier vertelt men dat ze nog alle twaalf weerstand bieden. In ieder fort zitten 300 man, goed uitgerust, goed gevoed, en daar moeilijk te treffen. Naar ’t schijnt, zet men een elektrische lading van verschillende honderden Volt op de ijzerendraad-versperring, zodat bij hun aankomst vele Duitsers geëlectrocuteerd worden.

Rond de middag scheidt het gebulder der forten uit. Om half drie komen twee grote Duitse wagens met gekwetsten de stad in gevaren, de Maastrichterstraat op, zo voor het stadhuis door, en langs die omweg naar het hospitaal. Een weinig later komen er enige weer door, naar de kliniek toe. Een gewonde, die de arm verbonden had, kwam te voet na, en liet zich de weg wijzen door een paar jonge knapen.

Het zijn allemaal gekwetsten van den Slag van Herk de Stad. Die geweldige Duitse nederlaag wordt des te duidelijker bevestigd, daar nog zoveel gekwetsten tot hier moeten teruggebracht worden. Denkelijk is er geen plaats meer in St-Truiden en Hasselt, die naderbij liggen.

Kwart vóór 4 herbegint het geschut der forten en is zeer hevig. Tegen de avond vermindert het en het eindigt bij het duister worden. Het licht (de phare) der forten wordt ’s avonds weer gezien, dus zijn deze niet ingenomen.

Thans wordt bevestigd dat de slag van gisteren plaats had tussen Halen, Herk en Loksbergen. Alleen Belgen stonden daar en geen Fransen. De Duitsers verloren 3.000 man aan doden en gekwetsten en nog meer paarden. De Belgen hadden 125 doden en gekwetsten.

Bij de binnengebrachte gekwetsten te Tongeren is een bevelhebber, graaf von Arnhim. Het is een trotse man, hij eist een kamer voor hem alleen. Men heeft hem in de kliniek gebracht samen met nog een paar officieren.

In heel de stad is er geen droge gist meer te krijgen. Een automobiel is naar Maastricht vertrokken om daar gist te halen.