Zomerreeks Liedjes

© Archief

De nacht dat Chicago stierf

Uitgerekend op valentijntjesdag van 1929 kwam het in gangsterstad nummer 1, Chicago, tot een bloedige uitspatting. De bende van Al Capone had besloten om hun grootste concurrent in illegale drankhandel George ‘Bugs’ Moran voorgoed uit te schakelen. ‘There was shouting in the street and the sound of running feet. And I asked someone who said ‘Bout a hundred cops are dead!’, zingt Paper Lace in zijn enige grote hit. Die politieagenten in kwestie waren eigenlijk vermomde bendeleden van Capone en er stierven geen honderd maar zeven mensen van de Moran-gang.

MaLu

De St. Valentine’s Massacre had alles te maken met de drooglegging destijds in de States.

Drank was verboden en daar profiteerden bendes als die van Capone van om illegaal drank te gaan stoken. Op 14 februari 1929 stapten twee mannen in politieuniform en twee in burger een magazijn binnen waar zeven zwaar bewapende bendeleden van Morans bende stonden te wachten op een vrachtje Canadese, illegale drank.

Machinegun McGurn, de rechterhand van Al Capone die het hele zaakje had opgezet, had de bende naar de garage gelokt met de list dat ze erg goedkope whisky konden kopen. Omdat ze dachten met echte politiemannen te maken te hebben gingen ze met hun handen omhoog en hun hoofd naar de muur staan. Het volgende moment werden ze genadeloos neergemaaid. Na de blitzkrieg werden de twee mannen in burgerkleding naar buiten gedreven door de politiemannen. De vier moordenaars reden rustig weg in hun wagen.

De hele operatie had precies acht minuten geduurd. Bugs Moran, de man die eigenlijk het doelwit was, had de politiewagen voor de deur zien staan, maakte snel rechtsomkeer en ontsnapte zo aan de dood. Later stierf hij toch nog aan de gevolgen van kanker.

Niet lang na de schietpartij doken er echte politieagenten op. ‘Wie heeft je neergeschoten?’, vroegen de agenten aan een stervende gangster. ‘Niemand. Niemand heeft me neergeschoten’, was het antwoord. Capone had een waterdicht alibi. Jack McGurn ook. Bovendien trouwde hij snel met zijn vriendin Louise Rolde, sindsdien bekend als het ‘blonde alibi’, die zodoende niet meer kon getuigen tegen haar eigen man. Niemand werd ooit berecht voor de beruchte moord.

Chicago herdacht de moorden in het warenhuis helemaal in haar eigen stijl. Het warenhuis werd een toeristische attractie en de kranten drukten de foto van de lichamen ondersteboven zodat lezers hun krant niet moesten omdraaien om de slachtoffers te herkennen.

Toilet

Capone wierp zich ondertussen op als de pleitbezorger van de kleine man en opende een gaarkeuken waar armen drie keer per dag gratis soep konden gaan eten. Hij had het te druk met populair zijn om door te hebben dat het net om hem werd dicht getrokken.

Capone werd enemy number one voor de overheid. Een team van onderzoekers onder leiding van Elliot Ness boog zich over zijn belastingaangifte. Op 6 oktober 1931 werd hij door veertien politieagenten naar het gerechtsgebouw gebracht. Rechter Wilkinson veroordeelde Capone tot elf jaar gevangenis. Als hij vrijkomt, is zijn macht gebroken en is er een einde gekomen aan de drooglegging. ’s Wereld meest beroemde gangster trekt zich terug in Palm Island Florida. Hij sterft er op 25 januari 1947 op 48-jarige leeftijd aan de gevolgen van syfilis.

Het magazijn aan North Clark Street, waar het allemaal gebeurde, is in 1967 met de grond gelijk gemaakt. De bakstenen werden opgekocht door een Canadese zakenman. In 1972 opende hij een nachtclub met als thema de Roaring 20’s en zetten de muur opnieuw recht in... het mannentoilet. Drie avonden per week mochten ook vrouwen een kijkje komen nemen naar de macabere muur. Nadat de club sloot, wilde hij de 417 bakstenen aan 1000 dollar per stuk verkopen, maar hij is er nooit in geslaagd er eentje aan de straatstenen kwijt te raken.