© Dirk Huybrechts

Yvonne en Albert waren bij de eerste getuigen van de tweede wereldoorlog in Nieuwerkerken

Jean Thomas, lid van Heemkunde Nieuwerkerken en schrijver van vele verhalen uit de oude tijd, bracht Yvonne Celis (85) en Albert Machiels (88) samen op de plaats waar ze getuigen waren van het begin van de tweede wereldoorlog in Nieuwerkerken. Nu zondag 10 mei 75 jaar geleden.

Dirk Huybrechts

“Schrijf onze namen maar zoals de mensen ons hier kennen. Von van den Rit en de Witte van Nar van de Waals”, lachen Yvonne en Albert die zich nog haarfijn herinneren wat er die vrijdag 10 mei en de volgende dagen gebeurde in hun straat ‘Den Dries’. “Die vrijdag voor het Pinksterweekend was het mooi weer. Ik was 10 jaar en mijn vader was enkele maanden voordien gestorven”, begint Yvonne haar verhaal. “In de vroege voormiddag hing een man in de lucht aan een groot scherm en die viel op de grond aan de Rooihaag (nu het oudste deel van het kankerbos tussen de Kerkstraat en de Driesstraat), toen open veld en enkele meters van ons huis. Ik liep er als eerste naartoe maar ouderen riepen dat ik op afstand moest blijven. Ondertussen arriveerde de halve Dries. Met schrik naderden de kloeksten de gevallen man, die uiteindelijk niet meer was dan een soldaat gemaakt uit stro”. “Driesbewoner en toen gemeenteraadslid Door van Janne Molders (Isidoor Plevoets) heeft die pop op zijn fiets gezet en naar het gemeentehuis gebracht”, vervolledigt Albert het verhaal. Later bleek dat de Duitsers deze poppen aan parachutes dropten om paniek te zaaien bij de bevolking. “De oorlog was begonnen. Duitse vliegtuigen vlogen over en hier en daar viel er een bom. Op de Diestersteenweg zagen we de eerste vluchtelingen met kar en paard, met de fiets of te voet, niet goed wetend waar naar toe”, vertelt Yvonne.

Gemobiliseerde Belgische soldaten wilden vluchten“Ik was 13 jaar en erg nieuwsgierig. Ik was er overal als eerste bij en kan me alles nog zeer goed herinneren”, steekt Albert van wal. “De Belgische militairen, gemobiliseerd en gekazerneerd in Hasselt en verder langs het Albertkanaal, vluchtten al de eerste dag van de oorlog richting Sint-Truiden. De vluchtende militairen verlieten die avond de Hasseltse steenweg om in het bos van Nieuwenhoven te overnachten. Dit bos ligt vlak bij Den Dries hé. De volgende ochtend bleek dat vele oversten gevlucht waren. Door de wanorde en een gebrek aan orders kwamen de militairen van het bos van Nieuwenhoven naar Den Dries. De Boterberg (begin van de Driesstraat) en Den Dries zagen kaki van de vluchtende soldaten. De gemobiliseerde landgenoten gooiden al hun overtollige legermateriaal weg in de gracht en de houtkant langs de Boterberg. Zij gingen bij de plaatselijk bevolking burgerkleding vragen om zo terug naar huis te kunnen gaan. Zondagmiddag arriveerden de eerste Duitsers. Wat later werden alle overgebleven Belgische soldaten verzameld. Onder begeleiding van de Duitsers trokken ze te voet als krijgsgevangenen naar het station van Sint-Truiden”. “Ook ik herinner me nog als kleine jongen van 7 jaar hoe ik pinksterdag met vader naar de mis ging. Ik zie de gracht en de houtkant langs de Boterberg nog bezaaid liggen met legermateriaal”, zegt Jean Thomas. In die dagen werd ook de kar (in die tijd voorzien van een ijzeren plaatje met de naam van de eigenaar en de maker) van Felix Bonneux door vluchtende soldaten meegenomen. Zij lieten hun kanon achter. Maanden later kreeg Felix een briefje dat zijn kar in Everberg stond. Zoon Alfons is toen te voet met zijn paard de kar gaan halen. “Ja, zo waren de eerste oorlogsdagen op Den Dries. Maar we zouden nog uren kunnen verhalen vertellen”, aldus Yvonne, Albert en Jean.


Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio