Graffiti op zaterdag

Maanavond

Print
Maanavond

Maanavond

Aflevering nr. 1093 - Maandagavond wandelde ik na de les naar mijn auto. Het was opvallend kouder geworden. In de wolkenloze nachthemel scheen o zo mooi de maan. Wat een opluchting na vier dagen onafgebroken regen. Vanavond had het hemellichaam nog de vorm van een brede sikkel - binnen een week zou het volle maan zijn.

Omdat er voor het eerst sinds lang geen bladeren meer in de bomen hingen, kon ik de maan op de terugrit onafgebroken zien – ‘zie de maan schijnt door de bomen’. Volgde ik de maan of volgde de maan mij?
Terwijl ik naar huis reed, kwam me een versregel van drie woorden van zenmeester Dogen Zenji (1200-1253) voor de geest - uit zijn bekend, kort gedicht waarin hij elk seizoen van het jaar met één enkel woord samenvat. Voor de herfst verwijst Dogen naar de maan: ‘aki wa tsuki’ (‘wat betreft de herfst, de maan’). Vanavond, maan-dagavond, meer dan ooit, begreep ik de woordkeuze van de dichter. Een maan-avond... Wat een geluk.

* * *

Luchtbeelden van overstroomde velden en dorpen. Straatbeelden van proestende rioolgaten, brandweermannen in bootjes, angstige mensen die zandzakjes voor hun deuren stapelen, water dat overal door vensters en deuren binnenstroomt. Binnen wanhopig dweilende mensen, verzopen verwarmingsketels, kasten en tafels die alleen nog als brandhout kunnen dienen en in de keukenkasten potten en pannen vol modder.
Het resultaat van vier dagen onafgebroken regen... Wat een ongeluk.

* * *

In het midden van de nacht ging ik even naar beneden om te zien of er niets loos was in de kelder. De nieuwsberichten over de overstromingsramp hadden mij angstig gemaakt. Ik deed het licht niet aan omdat ik niemand wilde wakker maken. In de kelder was alles in orde. Al tastend zocht ik mijn weg terug naar boven, zoals ik al vaak gedaan heb. Plots schrok ik. Ik had een korte seconde nodig om te beseffen dat ik tegen de scherpe hoek van een deurgat gelopen was. Ik tastte naar mijn bril en was opgelucht dat hij nog ongebroken op mijn neus zat. In de spiegel zag ik dat mijn voorhoofd de klap minder goed had overleefd. Boven mijn wenkbrauw zat een gapende spleetwonde waaruit bloed in mijn oog liep. Ik heb altijd gehoord dat bloedende hoofdwonden er slechter uitzien dan ze zijn, dus panikeerde ik niet. In de badkamer maakte ik de wonde schoon en vond in het kastje mijn aluinsteen die ik voor scheerwonden gebruik - na een minuutje hield het op met bloeden en behandelde ik de wonde met een ontsmettingsproduct. Eigenlijk moest ik zo’n wonde laten hechten om een litteken te voorkomen, begreep ik, maar ik durfde zelf niet naar het ziekenhuis te rijden met een wonde die onderweg weer kon beginnen bloeden. Ook wilde ik mijn vrouw om drie uur ’s nachts niet wakker maken om het voor mij te doen. Een litteken meer of minder zou het verschil niet maken, stelde ik mezelf gerust en ging slapen. De wonde zag er ’s ochtends al een stuk beter uit. Een geluk.

* * *

“Jouw lichaam is toch belangrijker dan jouw bril,” reageerde mijn oudste bezorgd toen hij hoorde hoe opgelucht ik was dat mijn bril nog heel was.

* * *

Om op tijd in de luchthaven te zijn, waren we rond half zeven al de deur uit. Het was nog donker. Mijn vrouw vertrok voor een bezoek van enkele weken aan haar zus en moeder in Californië. Het was zondagochtend. Het regende nog altijd hard.
Niet zo bijster ver van thuis passeerden we een dancing waar het ondanks het late/vroege uur nog druk was. Een auto kwam van rechts uit de dancingparking. Tot mijn verbazing reed hij pal vóór me de weg op. Ik moest op mijn remmen staan en het stuur naar links omgooien. Op het linkerbaanvak naderde op hetzelfde ogenblik een tegenligger. Gelukkig reageerde die ook bliksemsnel en probeerde me met een draai naar rechts te ontwijken. Zo ontsnapten we beiden aan een frontale botsing, maar gevaar bestond dat ik hem nog achteraan kon raken.
Ik zigzagde met gierende banden tussen de twee auto’s door. Ook van de ‘dancingchauffeur’ vreesde ik een klap achteraan. Ik zette me schrap voor een dubbele crash, maar een botsing bleef gelukkig uit. Hoe was het mogelijk?
Ik reed met knikkende knieën verder - we waren het er allemaal over eens dat het een klein mirakel was. Een geluk bij een ongeluk, of beter: bij een ‘geen ongeluk’.

* * *

“Uw lichaam is toch belangrijker dan uw bril,” reageerde mijn moeder bezorgd toen ze hoorde hoe opgelucht ik was dat mijn bril nog heel was.

* * *

De volgende ochtend maakte ik het ontbijt voor de zonen. Terwijl de jongens hun havermoutpap aten, ging ik even kijken of er nieuwe e-mails waren. Uit de keuken hoorde ik plots roepen: ‘Papa, een overstroming!” Even paniek omdat ik aan de ondergelopen keukens van de nieuwsberichten dacht. Bleek gelukkig veel minder dramatisch te zijn. Ik was vergeten dat de koffiekan nog vol water zat toen ik de koffiemachine met water had gevuld, met als gevolg dat de verse koffie langs alle kanten uitspoot... Klein ongelukje.

* * *

Ik volgde de jongens tot op de straat toen ze met hun fietsen naar school vertrokken. Mijn oudste stelde me gerust: “Die havermout was lekker hoor papa.” Mijn jongste: “Zo’n overstroming van de koffiemachine had ook mama kunnen overkomen.” Ik wuifde ze uit. Op straat zag ik een muntje van twintig cent liggen. Klein gelukje.

* * *

Toen ik maandagavond laat thuis kwam van de les, zag ik dat de jongens nog op waren. Ze voelden zich betrapt en renden naar hun slaapkamer. Ik riep ze terug. Als de maan sikkelvormig is kan je zelfs met een gewone verrekijker de schaduwen van de kraterwanden op het maanoppervlak prachtig observeren. Zo’n spektakel mochten ze niet missen, laat of niet laat.
Op een maan-avond met de zonen naar de maan kijken, een groot, groot geluk.

Good luck en tot ziens.

Dr. Frans BAERT