"Bebloede en gillende medegevangenen zijn doodnormaal"

Print
"Bebloede en gillende medegevangenen zijn doodnormaal"

Bebloede en gillende medegevangenen zijn doodnormaal

Palestijnse gevangenen in Israëlische cellen worden vaak beledigd, uitgescholden of geslagen, hebben soms dagenlang handboeien aan, worden lang wakker gehouden of geïsoleerd. In sommige cellen heersen abominabele hygiënische omstandigheden.

Dat staat in een rapport dat de Israëlische mensenrechtenorganisaties B'Tselem en het Hamoked-centrum voor de Verdediging van het Individu publiceerden. De twee organisaties verzamelden getuigenissen van 121 Palestijnse gevangenen. "De misbruiken beginnen bij de arrestatie en duren tot het vertrek van de gedetineerden", staat er in het rapport.

Samer Hamdan (niet zijn echte naam, nvdr.) is 26 en zit een straf van negen jaar uit voor lidmaatschap van een verboden organisatie. Hij zegt dat hij al tot bloedens toe geslagen werd. Volgens Hamdan is het geen zeldzaamheid bebloede medegevangen te zien of hen van pijn te horen gillen.

"Ik was maar 17 toen ik gearresteerd werd", vertelt Hamdan, een voormalig lid van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP). "Ik was doodsbang, ik wist niet hoe ik met de ondervragingen moest omgaan". Het werd nog erger dan Hamdan gevreesd had. "Uiteindelijk beken je alles, ook dingen die je niet gedaan hebt, alleen maar om de slagen en de mishandelingen te doen stoppen."

Hamdan deelt zijn kleine cel met vijf medegevangenen. Op de bedden liggen dunne, stinkende matrassen. Maar deze cel is veel beter dan de isoleercel waarin Hamdan een maand lang werd vastgehouden tussen ondervragingen door. "Ik werd soms dag en nacht ondervraagd. Tijdens de ondervragingen was ik geboeid en werd ik geslagen. Tussen de sessies door werd ik opgesloten in een ondergrondse isoleercel waar altijd een fluorescerende lamp brandde. Ik kon mijn kleren niet verversen en mocht ook niet douchen. Een emmer die maar af en toe werd geleegd, deed dienst als wc."