Graffiti op zaterdag

Talbot House

Print
Talbot House

Talbot House

Aflevering nr. 1092 - Een gierende, gure herfstwind. Striemende regen. Vroeg donker. Het zijn de basisingrediënten voor een klassieke novemberdag. Er zijn dus nog enkele zekerheden in die chaotische wereld van ons.

* * *

Afgelopen zaterdag hadden we met neef Frank en zijn vrouw om twee uur op de Grote Markt in Poperinge afgesproken. Frank had ons uitgenodigd om samen het historische ‘Talbot House’ te bezoeken. Hij woont in de streek en kent de geschiedenis.

Ik probeerde tevergeefs om via verschillende invalswegen het stadscentrum te bereiken. De straten en pleinen van het centrum waren opgebroken. Bijna een eeuw na de ‘Groote Oorlog’ leek Poperinge vandaag weer even een belegerde stad.

* * *

In de zomer van 1915 werd in Poperinge het huis van de brouwersfamilie Camerlynck, gelegen in de Gasthuisstraat, onder vuur genomen. Daarop werd de woning door de familie ontruimd en aan het Britse leger voor 150 fr. per maand verhuurd.

Aalmoezeniers Philip ‘Tubby’ Clayton en Neville Talbot kregen toelating om het huis als een plek te gebruiken waar troepen konden uitrusten, op adem komen. Poperinge lag een kilometer of tien van Ieper, ver genoeg van de frontlijn om niet constant door kanonvuur bestookt te worden. Van een stadje met amper een paar duizend inwoners, groeide het plots uit tot een metropool waar meer dan een kwart miljoen manschappen in tentenkampen verbleven. In de kleine straten van de stad heerste de grootste drukte. Dronkenschap en prostitutie werden oogluikend toegelaten, maar gokken was verboden. Er bestond dan ook een grote nood aan een ‘droog’ huis zoals ‘Talbot House’, waar ook de geestelijke noden van de mens konden worden verzorgd.

‘Talbot House’ werd een echte ‘Everyman’s Club’.

Er hing een bordje met de boodschap: ‘All rank abandon, ye who enter here’ - tussen soldaten en officieren werd geen onderscheid gemaakt.

Het huis werd naar de broer van aalmoezenier Neville Talbot genoemd, slachtoffer van een veldslag bij Ieper. ‘Talbot House’ stond ook bekend als ‘TOC H’ - de initialen in Britse militaire code.

* * *

Ik begeer eene flesch wijn

(Op een poster met vertalingen van nuttige uitdrukkingen voor de Britse soldaat)

* * *

Frank legde aan mijn zonen uit wat het huis voor soldaten betekende die uit de hel van de loopgravenoorlog kwamen. Een weekje weg van dat alles, in een tuin kunnen zitten, een boek lezen in de bibliotheek, wat op de piano spelen, een kaartje leggen, of zelfs een eredienst bijwonen in de kapel op zolder, een schoon bed... Het moet even de hemel op aarde geweest zijn.

Aan het eind van een te korte week moesten ze te voet terug naar het front. Ik kon me voorstellen dat er mensen waren die niet terugwilden, die deserteerden.

* * *

Van het internet geleerd dat op de militaire begraafplaats van Poperinge het grootste aantal geëxecuteerde deserteurs van het Britse Gemenebest begraven ligt.

* * *

In ‘Talbot House’ hangen nog altijd de bordjes met boodschappen voor de gasten van vroeger: ‘Come into the Garden and forget about the war’; ‘Come upstairs and risk meeting the chaplain’; ‘The waste-paper baskets are purely ornamental’.

In de kamer waar de soldaten een kopje thee geserveerd kregen hangt: ‘No swaring Aloud Hear (sic.)’. En op een bordje met de afbeelding van een hand die de weg naar buiten wijst: ‘To pessimists WAY OUT’.

* * *

Het meest pakkende moment van ons bezoek beleefden we in de ‘concerthall’, op zolder. Daar werd een film getoond van de ‘re-enactment’ van een show door Britse acteurs, gebaseerd op teksten en muziek uit de archieven.

Na grappige acts door de ‘Happy Hoppers’ werd iemand uit het publiek uitgenodigd om iets te brengen. Een soldaat stapte op het podium. In zijn linkerhand droeg hij een schoen, in zijn rechter een borstel. Hij ging zitten, begon de schoen te poetsen en zong een lied over zijn vriend die pas gesneuveld was. Bij de woorden ‘Take him away, he’s gone where the best men go. Follow me, follow me home’, kreeg ik de krop in de keel. Mijn vrouw had het ook even moeilijk.

* * *

Ik ben vergeten hoe vaak ik de streek van Ieper al bezocht heb. Het begon toen ik in Engeland woonde en merkte dat er daar veel meer belangstelling voor ‘Flanders Fields’ bestond dan in mijn geboorteland. Sindsdien bezoek ik regelmatig de begraafplaatsen en musea in de streek. Van ‘Talbot House’ had ik al gehoord, maar ik was er nog nooit geweest.

Als ik in ‘Passchendaele’ de grafstenen zie, ben ik onder de indruk, maar echt vatten wat er daar precies gebeurde? Neen. De dodenaantallen van de drie belangrijkste veldslagen in Ieper doen duizelen – ‘Eerste Slag om Ieper’(oct./nov.1914) 238.000 doden; ‘Tweede Slag’(april/mei 1915) 105.000 doden; ‘Derde Slag’(juli/nov.1917) 568,500 doden. Samen 911.500 doden - bijna een miljoen, alleen al in Ieper...

Door ‘Talbot House’ worden cijfers naar mensentaal omgezet. ‘Kanonnenvoer’ wordt er vertaald als: mannen in ‘TOC H’ die van een kopje thee genoten, in de tuin rustig een pijpje rookten, die er een geduldig oor voor een gesprek vonden, over hun familie thuis, of een vriend die gesneuveld was. Talbot House...

* * *

Een gierende, gure herfstwind. Striemende regen. Vroeg donker. Maar binnen is het gezellig warm.

Het is 11 november. Vrije dag. Ik kijk ’s namiddags naar een spannende oorlogsfilm op tv – over de Slag om Saipan (1944). Japanse en Amerikaanse soldaten sneuvelden met de duizenden. Wat weet ik over Saipan? Wikipedia vertelt me onder andere dat er tot enkele decennia geleden een plaag van gigantische ingevoerde Afrikaanse slakken heerste - mogelijk omdat iemand ze binnengesmokkeld had om als voedselbron te dienen. Door de introductie van een exotische worm – de ‘Platydemus manokwari’- die de strijd met de Afrikaanse slakken aanbond, werd het eiland van de plaag verlost. Bleek enkele jaren later dat door deze ’ecologische oorlog’, de inlandse boomslak ook volledig uitgeroeid werd... Oorlog, nooit de oplossing.

Good luck en tot ziens

Dr. Frans BAERT