Chileense mijnwerkers: meer dan 60 dagen onder de grond

Print
Twee maanden hebben ze doorgebracht onder de grond, maar in de nacht van dinsdag op woensdag werden de Chileense mijnwerkers dan toch naar de vrijheid geleid. Een overzicht van de gebeurtenissen tijdens de afgelopen twee maanden:

5 augustus: Na een ontploffing stort een rots boven de mijn in en komt op de ingang terecht. De 33 kompels komen op 625 meter diepte vast te zitten in de kleine goud- en kopermijn.

8 augustus: Reddingswerkers beginnen met de boorwerkzaamheden om de mannen te bevrijden.

22 augustus: Een boor bereikt een ruimte waartoe de mijnwerkers toegang hebben. De kompels sturen een briefje naar boven met daarop de boodschap dat ze het alle 33 goed maken.

23 augustus: De mijnwerkers krijgen voor het eerst voedsel, water en medicijnen door het gemaakte boorgat.

4 oktober: De mijnwerkers mogen zich beginnen voorbereiden op de redding. Ze worden in het oog gehouden door dokters en psychologen. Ze moeten hun persoonlijke spullen terug naar boven sturen.

9 oktober: De Schramm T-130-boor doorboort het plafond van de werkruimte waartoe de mijnwerkers toegang hebben. Door middel van explosieven moet de doorgang nog breder gemaakt worden.

11 oktober: Het boorgat is nu ook verstevigd met metalen buizen om instortingen tegen te gaan. De reddingscapsule kan nu neergelaten worden om de mannen naar boven te halen.

12 oktober: De reddingscapsule wordt rond 2.30 uur (Belgische tijd) neergelaten. Om 5.15 uur komt de eerste kompel, de 31-jarige Florencio Avalos, aan de oppervlakte.