Politieke storm op komst over verbod op tonijnvangst

Moet de handel in blauwvintonijn verboden worden? De kwestie, waar miljarden dollars van afhangen, staat vanaf volgende zaterdag (13 maart) centraal op de bijeenkomst van de landen van de Cites, de conventie voor de internationale handel in bedreigde dieren en planten. De Verenigde Staten en Japan losten elk al een stevig schot voor de boeg.

kscherpenberg

De conventie beschermde tot nog toe vooral dieren op het land. Nu steeds meer zeesoorten bedreigd worden, onder meer door overbevissing, begint dat te veranderen. Op de volgende Cites-bijeenkomst, van 13 tot 25 maart in Doha (Qatar), staat een recordaantal voorstellen voor de bescherming van mariene soorten op de agenda.

Maar in de handel van sommige van die zeesoorten gaat bijzonder veel geld om. De industrie rond de Atlantische blauwvintonijn is jaarlijks goed voor meer dan 7 miljard dollar. Een beperking van de handel wordt daardoor een zwaar politiek steekspel.

Totaal verbod

De Verenigde Staten lieten deze week nog eens weten dat ze de bedreigde tonijn op appendix 1 van de conventie willen geplaatst zien. Daardoor zou alle internationale commerciële handel in de vis onmogelijk worden.

Japan liet daarop meteen verstaan dat het zo'n verbod niet zou naleven. Vier vijfde van de gevangen tonijn gaat naar Japan. De tonijn is daar populair in Japanse sushi- en sashimigerechten. Eén tonijn kan in Japan tot 100.000 dollar opbrengen.

In oktober stelden wetenschappers van de Internationale Commissie voor de Conservering van Atlantische Tonijn (Icatt) vast dat de blauwvinpopulatie de laatste 40 jaar met 72 procent gedaald is in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en met 82 procent in het westelijke deel.

Voorbehoud

Cites telt 175 lidstaten, waaronder de Verenigde Staten en Japan, die vrijwillig tot het verdrag zijn toegetreden en wettelijk gebonden zijn aan zijn bepalingen. Maar als een land aan een verbod op de handel in een bepaalde soort wil ontsnappen, dan heeft het daarvoor negentig dagen de tijd om dat te laten weten. Door een dergelijk voorbehoud zou Japan blauwvintonijn kunnen blijven kopen van landen die eveneens niets in zo'n verbod zien.

Spanje, Griekenland en Malta, die alle drie een grote tonijnindustrie hebben, verzetten zich ook tegen een verbod op de handel in blauwvintonijn. Frankrijk, dat eveneens op tonijn vist, is wel voorstander van een verbod maar met vertraging, na achttien maanden, en slechts gedurende een beperkte periode. Italië steunt het verbod volledig.

Volgens Gerry Leape van de Pew Environment Group, een Amerikaanse milieuorganisatie, is het weinig waarschijnlijk dat de Europese tonijngiganten een verbod op blauwvintonijn zouden negeren omdat ze de EU-koers moeten volgen. De Europese Commissie en het Europees Parlement verklaarden zich al voorstander van een verbod. Ook de zwaargewichten Duitsland en het Verenigd Koninkrijk deden dat al.

Japan heeft vroeger al voorbehoud geformuleerd bij acht soorten op appendix 1, allemaal walvissen en dolfijnen, en drie soorten op appendix 2, allemaal haaien; de handel in soorten op appendix 2 is legaal maar aan strikte controle onderworpen.

De landen die Cites ondertekend hebben, komen elke tweeënhalf jaar bijeen om de effectiviteit van het verdrag te bekijken en te stemmen over de toevoeging of verwijdering van soorten op de lijst van bedreigde soorten die beschermd moeten worden.

RP (IPS)