Overheid int maar kwart achterstallige alimentatie

De Dienst Alimentatievorderingen slaagt er maar in om slechts 24,41% van de achterstallige onderhoudsuitkeringen ook effectief te innen. Dat betekent dat de belastingbetaler moet opdraaien. Enkele CD&V-senatoren willen de dienst meer mogelijkheden geven.

jvangeyte

Bij een echtscheiding moeten beide partners blijven bijdragen in de kosten voor het opvoeden van de kinderen. Daartoe moet de partner die het hoederecht over de kinderen niet krijgt een bijdrage storten aan wie wel blijft instaan voor de dagelijkse opvoeding.

Omdat heel wat mensen de bijdrageplicht niet nauwgezet naleefden, werd in 2003 de Dienst Alimentatievorderingen (DAVO) opgericht. Hij neemt desgewenst de invordering over. Ook verstrekt hij eventueel voorschotten aan wie nog geld moet ontvangen, zodat de opvoeding van de kinderen niet in het gedrang komt.

Voorschotten

De DAVO kan voorschotten geven aan mensen met een netto-inkomen dat per maand hoogstens 1.271 euro bedraagt, te verhogen met 61 euro per kind ten laste. Eind vorig jaar werd voor 11.348 kinderen op deze manier toch een betaling gedaan.

De DAVO vordert de tegoeden in bij de ex-partner die zijn betalingen niet meer wil of kan nakomen. Voor die dienstverlening rekent de organisatie 5% invorderingskosten aan op de effectief geïnde sommen bij de begunstigde van de betalingen. Op de verstreke voorschotten is er evenwel geen vergoeding verschuldigd. De schuldenaar van de sommen betaalt 10% invorderingskosten.

De DAVO slaagt er evenwel maar in om een klein kwart van de achterstallige sommen ook daadwerkelijk op te eisen. Eind vorig jaar bleef op die manier nog 168,8 miljoen euro openstaan. Een gevoelige stijging tegenover eind 2007, toen het saldo 141,118 miljoen bedroeg.

Het bedrag slaat zowel op de gewone invorderingen als op invorderingen waarop een voorschot wordt uitbetaald door DAVO. Komen deze laatste sommen uiteindelijk niet binnen, dan draait de belastingbetaler op.

Voorstel

Om hieraan te verhelpen, dienden de CD&V-senatoren Els Schelfhout, Pol Van Den Driessche en Wouter Beke enkele wetsvoorstellen in. Zo willen ze dat meer mensen in aanmerking komen voor een voorschot. Dit kan door het optrekken van de grens van 1.271 euro. Ook vragen ze dat de rechthebbenden niet meer moeten opdraaien voor de 5% aan invorderingskosten.

Voorts willen ze dat de DAVO een bevoorrechte schuldeiser wordt. Dit zou betekenen dat hij bij een faillissement van de schuldenaar voorrang krijgt mochten er toch nog geldmiddelen worden gevonden.

Ook willen ze dat er sneller nalatigheidsintresten worden aangerekend en dat de loongrenzen waaronder geen beslag kan worden gelegd niet zouden gelden voor achterstallige onderhoudsgelden.

JVG