“ Het Limburgs dialect moet cultureel erfgoed worden”

Print
“ Het Limburgs dialect moet
cultureel erfgoed worden”

“ Het Limburgs dialect moet cultureel erfgoed worden”

Hasselt - Stokkemnaar Rob Belemans (44) verdedigt vandaag, vrijdag, aan de KU Leuven een doctoraat over het Limburgs dialect. Waarom is dat in Nederland wél erkend als streektaal en in België niet? En hoe kan dat Limburgs ook hier meer aandacht krijgen?

Om met de afsluitende aanbeveling te beginnen: Rob Belemans zou graag zien dat het Limburgs en mogelijk ook andere dialecten wat meer aan de Belgische borst worden gedrukt. Ze zijn tenslotte onderdeel van de eigenheid van de mensen die ze spreken. Voor zo’n omhelzing biedt artikel 18 van de UNESCO-Conventie voor immaterieel cultureel erfgoed genoeg kansen, heeft Belemans uitgezocht. België heeft dat internationale verdrag ondertekend, dus kan ook een reddingsboei geworpen worden naar dat dialect.

Tien jaar werkte Belemans - germanist van opleiding - in zijn vrije tijd aan het proefschrift. Naast zijn baan als stafmedewerker bij FARO, het Vlaamse steunpunt voor cultureel erfgoed, en naast zijn rol als echtgenoot en vader was dat geen simpele opgave. In zijn proefschrift analyseert hij waarom eerst de federale overheid en later de Vlaamse dat Limburgs eind vorige eeuw maar niet wilden erkennen als streektaal, ondanks alle pogingen vanuit het provinciebestuur om die status binnen te halen.

Taalpolitiek

Eerst werd de hete aardappel op nationaal niveau in Brussel heen en weer geschoven. Later liet de Vlaamse Gemeenschap zich in dit hoofdpijndossier adviseren door de Nederlandse Taalunie (NTU), die negatief oordeelde. “De achtergrond daarvan is een puur taalpolitieke”, analyseert Belemans. “Als je het Limburgs als streektaal erkent, zo redeneerde de Taalunie, dan zeg je in feite ook dat veel mensen het Limburgs als moedertaal hebben. Als ze dat nu ook in West- Vlaanderen en in Oost-Vlaanderen zouden willen, zijn er straks geen zes miljoen Belgen meer die het Nederlands als moedertaal hebben, maar misschien nog maar drie miljoen. Minder dus dan de vier miljoen Belgen die Franstalig zijn, aldus het rekensommetje van de Taalunie. Daar werden Vlaamse politici toen wel erg zenuwachtig van. Stel dat het Nederlands in België dan een minderheidstaal zou worden. Voilà, daar zit de pijn. Taalpolitiek dus.”

Gespleten kus

Niet zonder pijn in hart zag Belemans na het mislukken van de streektaalerkenning ook de aandacht voor het Limburgs opdrogen. Met zijn proefschrift hoopt hij het debat over dialect weer aan te zwengelen. Als opstap naar méér. Ook in Limburg zélf: “Zoals Limburg zichzelf op de kaart heeft gezet als fietsprovincie, zo ligt er een taak en een kans om eindelijk weer streektaalbeleid te maken.”

Of de ‘UNESCO-route’ uiteindelijk haalbaar is, zal de toekomst leren. Belemans is niet blind voor de hobbels, maar hij wil ook weleens dromen van wat hij een ‘interlimburgs taallaboratorium’ noemt. Samenwerken met de streektaalfunctionaris die dat andere Limburg wél heeft. Voorlopig is het nog een gespleten kus, zoals de ondertitel van zijn boek luidt. Belemans’ vader maakte in klei het ontwerp voor de cover (foto). Als het aan zijn zoon ligt, zal pa Belemans die lippen nog ooit tot die ene kus moeten kleien. Nog even niet. Rob Belemans heeft vrouw en kinderen beloofd na zijn promotie vandaag het dialect toch heel even naar het tweede plan te verhuizen.

Henk SCHROEN

De boekversie van Belemans’ proefschrift ‘Taal of tongval? De gespleten Limburgse kus, oraal erfgoed en taalpolitiek’ (408 blz./22 euro) is uitgegeven door Pharo Publishing, Brussel.

Immo

Auto's in de kijker

Jobs in de regio