Graffiti op zaterdag

Lode

Print
Lode

Lode

Lode “Lode heeft een hele goede pen,” zei mijn vader altijd, “en dat is het belangrijkste.”

* * *

Op vrijdagnamiddag loop ik vaak de redactie binnen om met Marcel, Rudi en Dries mijn column na te kijken vóór hij in de krant verschijnt. Als Lode in de buurt is, springt hij even binnen om goeiedag te zeggen. Een groet die gewoonlijk het startschot is voor een leuk gesprekje dat begint met: “Zeg Frans, in je laatste column las ik dat... Wist je dat...” Ik luister naar Lode en reageer, en dan zijn we vertrokken. Van het ene onderwerp naar het andere. Moeiteloos. Plezierig. Twee geesten die zoals aapjes elkaar van de ene tak naar de andere achterna springen. ‘Monkeymind’, noemen de boeddhisten dat, maar die levensfilosofie is helemaal niet Lode zijn ding - te zweverig, en ‘puur occultisme’, zoals hij ooit een professor heeft horen uitleggen.

Op zaterdag kom ik Lode ook tegen bij Delhaize, in gezelschap van zijn geliefde Marleen. Als hij me ziet, begint hij over m’n stukje van die ochtend: “Zeg Frans, in je column van vandaag las ik dat... Wist je dat...”. In de winkel moeten we onze gesprekken wat korter houden omdat we in de weg staan – er is al genoeg fileleed op de openbare weg, en de klanten van Delhaize willen dat op hun vrije namiddag niet nog eens meemaken als ze naar een doos cornflakes of een pot mayonaise zoeken. Door die omstandigheid is het springbereik van onze ‘monkeyminds’ in de winkel beperkt tot een paar takken vlakbij.
Enkele weken geleden liep ik Lode tegen het lijf tussen de groenteafdeling en het brood. Hij had het over een zwart-wit foto die ik voor mijn stukje gekozen had, van een stelletje houten mannequinbenen: “Ik heb in mijn leven al meer opwindende vrouwenbenen gezien”, lachte hij guitig. Een andere keer – het was tussen het fruitsap en de chips geloof ik - liet hij me weten dat hij het met me eens is dat schansspringen veel boeiender zou zijn voor de mannelijke kijker als vrouwen ook mochten meedoen. Twee voorbeelden waaruit u gerust mag afleiden dat Lode een geoefend oog heeft voor het ontwaren van vrouwelijk schoon – en van mooie benen in het bijzonder. Dat leer je trouwens ook uit de prachtige kortverhalen die hij schrijft – een catalogus van de vrouwelijke veroveringen uit zijn jeugd. Om jaloers op te zijn.
Vaak kunnen onze gesprekken nog doorgaan lang nadat we al afscheid van elkaar genomen hebben. Dat kan omdat hij me bijvoorbeeld een e-mailtje met een Google-referentie stuurt over iets waar we het over hadden, of dat ik in de brievenbus een interessante tekst of een nieuw kortverhaal van Lode vind.
Enkele jaren geleden gaf hij me een leuk gedichtje van ene Lévi Weemoedt - dichter die ik toen nog niet kende. Lode kende het zelfs vanbuiten - ‘Witte wereld’, zo luidde de titel. Ik heb dat gedichtje toen voor een column kunnen gebruiken, en ik doe het vandaag dankzij hem opnieuw.

* * *

WITTE WERELD

Kleine Jan stond met zijn slee al klaar, zag de eerste vlokjes wieken. Blij klonk zijn kreet dat ’t sneeuwen ging! Maar het waren de fabrieken.

* * *

In mijn column van vorige week stond dat ik het verband vergeten was tussen een vetbolautomaat voor de vogeltjes in m’n tuin en de zwevende gereedschapskist van het International Space Station. Maandagochtend kreeg ik een e-mail van Lode:

Beste Frans,
Het verband tussen je vetbollenautomaat en de wegzwevende gereedschapstas van de ISS-astronaute zal je ondertussen wel te binnen gevallen zijn. Als je er niet meer naar gezocht hebt: die dame maakte een ruimtewandeling om een klemzittend scharnier van een zonnepaneel te smeren. In haar tas explodeerde een ‘vetspuit’. Toen ze de smurrie die ze over zich heen kreeg wilde verwijderen, ontsnapte de tas aan haar greep. Twee keer ‘vet’, dus.
Groetjes;

Achtentwintig minuten later antwoordde ik:

Beste Lode,
Ik wist niet hoe die dame haar kist had kwijtgespeeld, maar dat is inderdaad een verband. Ik had nog iets anders, maar ben het nu kwijt. En ik denk dat we nog andere verbanden zouden kunnen bedenken als we daar genoeg tijd voor zouden maken. Jouw opmerking doet me eraan denken dat eigenlijk alles met alles verbonden is - misschien iets te ‘zweverig’ voor jou? Groetjes,
Frans

Om 12:53, Lode:

Welnee, dat is allerminst te ‘zweverig’ voor mij. Het doet me denken aan een ‘opstel’ van – wijlen - Johan Anthierens over discriminatie, rassenhaat en onverdraagzaamheid, héél uitvoerig. Aan mensen die konden denken dat de aanleiding een beetje te futiel zou zijn - hij begon zijn mijmering over het hatelijk besmeuren van de Joodse patisserie Bloch in de Gentse Veldstraat- gaf hij deze overtuiging mee: alles heeft met alles te maken. Vond ik de moeite waard om te onthouden.
Nog eens groetjes,
Lode

* * *

Een maand of zo geleden stapte ik op vrijdagnamiddag de redactie binnen. Lode gaf me een wuifje. “Het is zover”, vertelde hij me: “Op 12 december is het mijn laatste dag hier, dan ga ik met pensioen.” Ik voelde me wat uit het lood geslagen. Een redactie zonder Lode... Na al die jaren kon ik me dat heel moeilijk voorstellen.
Ik ken Lode al van 1968, toen hij bij de krant begon. Ik was toen dertien. Met mijn vader ging ik dan soms naar de redactie in het gebouw aan het Stationplein. De sigarettenrook hing er dik. De journalisten tikten hun kopij op Olympia schrijfmachines. Ik zie Lode nog voor me: een twintiger met lange haren tot over de schouders. Hij hielp toen om ‘mei ‘68’ als het ware op de krant binnen te smokkelen. Mijn vader was het niet altijd eens met wat Lode schreef, maar was wel trots als hij kon vertellen dat er ook voor jonge, progressieve mensen als Lode op ‘Het Belang’ plaats was. “Lode heeft een hele goede pen,” zei hij dan altijd, “en dat is het belangrijkste.”

* * *

En dan ten slotte het weeroverzicht:
vannacht eerst nog donker,
morgen kans op meer licht.

Lévi Weemoedt, ‘Rijk Verleden’ (1999)

Good luck en tot ziens.