"Ik schrijf het verdriet van me af"

”Altijd blijven lachen. Wat er ook gebeurt.” Dat die woorden van een achttienjarig meisje komen dat in mei vorig jaar haar kleine broer en zus verloor in een brand in Aartselaar én nu tegen acute leukemie vecht, is bijna niet te geloven. Maar Anke Devolder is bewonderenswaardig hoopvol en blijft ondanks alle tegenslag in haar jonge leven strijden als een leeuwin.

kscherpenberg

Anke is intussen begonnen aan haar derde chemokuur. In november vorig jaar kreeg ze volledig onverwacht te horen dat in haar bloed acute leukemie was vastgesteld. “Een schok, niet te geloven. ‘Niet weer naar het ziekenhuis’ was het eerste dat door mijn hoofd flitste.”

Misselijkheid

Anke moest onmiddellijk worden opgenomen. Ineens vijf weken, omdat de chemo-inspuitingen over verschillende dagen gespreid moesten worden. Nu blijft ze telkens, met een paar weken rust ertussen, één week in het ziekenhuis. “Het went inderdaad wel, die misselijkheid en vermoeidheid. Maar het eenzame afwachten niet. Komt er iemand op bezoek of niet? Op zulke momenten mis ik mijn broer en zus nog meer.”

Voor haar gescheiden mama Heidi Tuerlinckx (42) weegt de ziekte van haar enige overblijvende dochter zwaar. Als ze niet als verpleegster moet werken, zit ze in het ziekenhuis bij Anke. “Papa is veel in het buitenland voor het werk. Maar ook hij spendeert al zijn vrije tijd hier. Net als mijn grootouders.”

Puzzel

Pas nadat Anke weken na de verwoestende brand in het huis op de Reetsesteenweg in Aartselaar uit haar kunstmatige coma was ontwaakt, kreeg ze te horen dat broer Ben (16) en zus Sanne (12) het vuur niet overleefden. Alleen zijzelf en haar gescheiden moeder Heidi Tuerlinckx (42) raakten levend uit het brandende huis. Anke liep wel zware brandwonden op, mama Heidi bleef ongedeerd.

“Het was als een puzzel, maar stilaan kon ik me alles van de brand herinneren. Ik werd wakker van geroep, vermoedelijk van mama. Ik heb Ben wakker geschud en samen van op de tweede verdieping probeerden we naar beneden te vluchten. Maar hij was naakt en wilde eerst een broek aantrekken. Zo vaak heb ik mezelf verweten dat ik niet gewoon zijn hand heb vastgenomen. Op zo'n moment ben je alleen met jezelf bezig. Ademen, de hitte trotseren (slikt).”

Stukje leed bespaard

“Tegen tafels, tegen kasten, overal ben ik tegen gelopen. Ik zag niets en alle deurknoppen waren gloeiend heet. Van Sanne, die op de eerste verdieping sliep, dacht ik dat ze buiten was. Ik heb haar nog aan haar slaapkamerraam zien staan, maar ze durfde niet springen. Er was een vrachtwagen gestopt. Stilaan troost ik mezelf met de gedachte dat mijn familie een stukje leed is bespaard doordat mama en ik het overleefden. Want als ook ik niet was buitengeraakt, was mijn moeder van colère waarschijnlijk ook weer naar binnen gelopen. Dan was er niemand meer geweest.”

Mooiste herinnering

Meer dan vroeger nog moet Anke zich voortdurend bezighouden. Tijd om te veel na te denken is uit den boze. Maar dat is moeilijk als je dagenlang in een ziekenhuiskamer doorbrengt. “Ik bekijk veel foto's van Ben en Sanne op mijn laptop. En probeer zoveel mogelijk aan de mooie momenten samen te denken. De mooiste herinnering? Toen we in 2006 met papa in Nederland op vakantie waren en naar een safaripark bij Arnhem zijn geweest. Oneindig veel plezier hadden we daar. “Verder dood ik de tijd met lezen en schrijven. Soms heb ik het moeilijk om over dingen te praten. Dan schrijf ik ze van me af in een gedicht.

De hele tijd staarde ik op die deur. Het verdriet voor Ben en Sanne heb ik ook van me afgeschreven.” “Sinds de leukemie werd vastgesteld, mag ik niet meer naar school. Ik was net begonnen aan mijn eerste jaar vroedkunde. Mama is verpleegster. Ik wilde ook zoiets.”

Kwetsende opmerking

Door de behandeling is Anke in geen tijd al haar blonde lokken verloren. Maar daar schaamt ze zich niet voor. Haar witte muts, mét pompon, gaat alleen op als ze het te koud heeft. “Waarom zou ik me daar iets van aantrekken? Mensen staren wel eens. Kleine kindjes wijzen me na. Alleen als ik echt kwetsende opmerkingen hoor, zeg ik iets terug.”

Na de brand waren Anke en haar mama ook financieel hard getroffen. Maar hulpacties en een groot benefiet, georganiseerd door Sannes basketbalclub, hielpen hen weer op weg. Begin februari verhuizen Anke en haar mama van een huurappartement naar een nieuw huisje.

“Daar kijk ik enorm naar uit. Nieuwe meubeltjes, een nieuwe kamer. Ook al duurt mijn behandeling nog minstens twee jaar. Dan nog blijf ik vechten. Wat er ook gebeurt, altijd blijven lachen”, besluit ze.

Saskia CASTELYNS