Margot De Ridder: "Ik wil tonen wat ik kan"

Print
Margot De Ridder: "Ik wil tonen wat ik kan"

Margot De Ridder: Ik wil tonen wat ik kan

De acteurs uit ‘Steracteur Sterartiest’ krijgen vrijdag het gezelschap van Margot De Ridder. Bekend uit ‘De Kavijaks’, maar meer nog uit ‘Flikken’, waar ze zeven seizoenen lang in de huid van Dorien kroop, de tv-dochter van Andrea Croonenberghs. Margot zal de plaats innemen van Paul Codde of Peter van de Velde.

Margot debuteerde op driejarige leeftijd in de vtm-serie ‘Ons Geluk’, en al snel volgden andere televisieoptredens. Ze was te zien in verschillende reclamespotjes en op haar zevende kwam ze op de set van ‘Flikken’ terecht. Margot speelde tot haar 14de in de serie.

“Het eerste waar ik aan terugdenk? De bloopers. En als ik afleveringen terugzie, vind ik altijd leuk om mijn overgang van klein meisje naar jonge tiener te herbeleven. Het is grappig eigenlijk: ik kwam bijna alleen in beeld als mijn personage naar bed moest. En dat ik dat niet slecht deed, dat naar bed gaan, was omdat ik – van al dat wachten op de set – dikwijls écht moe was.”

“Trop is te veel”

Voor een groot publiek zingen schrikt Margot alvast niet af. Dat bewees ze op 12-jarige leeftijd op de jaarlijkse Flikkendag in Gent, toen ze het podium op mocht om een aantal liedjes te brengen.

Later speelde ze ook mee in enkele musicals, en intussen volgt ze al een tijdje les bij een zanglerares. Omdat Margot zelf nog naar school gaat, neemt ze het in ‘Steracteur Sterartiest’ op voor Bednet, een organisatie die ervoor zorgt dat langdurig zieke kinderen die thuis herstellen de lessen vanuit hun bed kunnen volgen.

“Of ik competitief ben? Als ik meedoe aan een wedstrijd, wil ik winnen – ik wil laten zien wat ik kan – maar ik ga niet over lijken. Trop is altijd te veel, in welke situatie dan ook.”

Hoe ze het er zelf van af zal brengen, is volgens Margot ook koffiedik kijken. “Misschien vinden sommige kijkers me nog een kind – niet onterecht: ik bén een kind – en nemen ze me niet serieus. Of misschien doen ze dat net wel, als ze zien hoe volwassen ik ermee omga. We zien wel.”