Steeds minder levende kerststallen

Print
Steeds minder levende kerststallen

Steeds minder levende kerststallen

Volgens diereninspectiedienst BLID zullen er dit jaar minder levende kerststallen zijn. Gemeentebesturen haken af door de controles en strenge richtlijnen van de Federale Overheidsdienst Dierenwelzijn.

Vorig jaar stuurde BLID voor het eerst kerststallenbrigades op pad, die moesten controleren of de os, de ezel, de schapen en konijnen wel goed gehuisvest waren. Door twee weken tussen de glühwein-geur en de djingle bellsdeuntjes te staan zouden veel kerstdieren een winterdepressie krijgen. De FOD Dierenwelzijn vaardigde eind 2007 richtlijnen uit waaraan organisatoren zich moeten houden. ”Onze grote bezorgdheid was gegroeid nadat in Nederland kerstdieren in brand waren gestoken”, zegt Dirk Blanchart van BLID. ”Uiteindelijk moeten onze inspecteurs zelden ingrijpen.

Maar als gevolg van onze strenge kerststallencontroles hebben sommige gemeentebesturen hun levende dieren dit jaar vervangen door beelden.” Wie toch een ezel inhuurt of enkele schapen voor zijn herders engageert, moet zich aan volgende richtlijnen houden:

Kies voor gezonde dieren
Vers drinkwater en voldoende voeder
voldoende bewegingsruimte en een droge ondergrond
Beschuttingen tegen wind en neerslag
Zorg dat ze niet kunnen ontsnappen
Geen direct contact tussen dieren en publiek
Stel de kerststal op een rustige plaats op, ver van luidsprekers of lawaai
De verlichting moet de dieren toelaten om een dag-nachtritme te handhaven