Wintermoeheid bestaat, licht van lampen helpt

Print
Wintermoeheid bestaat, licht van lampen helpt

Wintermoeheid bestaat, licht van lampen helpt

De dagen worden tot 21 december korter. Welke invloed heeft de afname van daglicht op het slaap- en waakritme? En op andere lichamelijke en psychologische processen?

“Het lijkt of je meer behoefte hebt aan slaap. En bijna iedereen herkent wel een zekere mate van somberheid en zelfs chagrijn in de donkere maanden.”

Betrapt u zich erop dat u het na het journaal van acht uur eigenlijk wel voor gezien houdt? Verlangt u naar uw bed, eventueel met een boekje erbij? En dommelt u na twee pagina’s langzaam in? Grote kans dat dit wordt veroorzaakt doordat het korter licht is. Vrijwel iedereen merkt er íets van, zegt psycholoog Caroline Kluft van het Centrum voor Slaap- en Waakstoornissen van ziekenhuis Westeinde in het Nederlandse Den Haag.

Minder actief

Daglicht stimuleert, activeert en bevordert de stemming. Gebrek aan licht zorgt er daarentegen bij de meeste mensen voor dat zij minder actief worden. “Het lijkt of je meer behoefte hebt aan slaap. In de donkere maanden slapen we over het algemeen meer dan ‘s zomers. Toch komt dat niet zozeer doordat we meer behoefte hebben aan slaap, maar door de afname van daglicht.”

Grote verschillen

Dit geldt voor vrijwel iedereen. Maar er zijn grote individuele verschillen, zegt Kluft. “Sommigen merken er niet zoveel van. Zij gaan gewoon door met hun dagelijkse ritme en activiteiten en zijn er niet zo gevoelig voor dat het eerder donker is. De rest herkent toch wél dat zij zich wat passiever gedragen, minder zin in dingen hebben, moeite hebben met opstaan of – ‘s avonds – met wakker blijven. Je hebt zin de gordijnen dicht te doen, je terug te trekken in je eigen cocon.”

“Bijna iedereen herkent wel een zekere mate van somberheid en zelfs chagrijn in de donkere maanden. Maar het moet wel wat ernstiger zijn, wil je er echt last van hebben. Bovendien doen we er alles aan om het onprettige, sombere gevoel tegen te gaan. We steken kaarsen aan, tuigen de kerstboom op, drinken warme chocolademelk. Dat helpt.”

Ga je ook anders of dieper slapen onder invloed van het kortere daglicht?

“Dat is per persoon verschillend”, zegt Kluft. “Er wordt wel gezegd: hoe actiever je overdag bent, hoe dieper je slaapt. Hoe minder daglicht, hoe minder activering. Je kunt dan behoefte hebben aan meer slaap, maar je slaapt niet relatief langer of dieper. Veel mensen geven zichzelf het hele jaar door te weinig rust. Dat kan leiden tot een chronisch slaaptekort. Door de neiging om ‘s winters wat langer te slapen kunnen zij hun slaaptekort opheffen en rusten zij uit.”

Gaten

Voor normale slapers (die de benodigde uren daadwerkelijk slapen) geldt een iets ander verhaal. Wanneer zij langer in bed blijven, kan het net een andere kant op tikken. “Wanneer je de slaap te veel oprekt, zul je merken dat er gaten in vallen. Net zoals te veel opgerekt pizzadeeg gaat scheuren. Je kunt dan moeilijker in slaap komen. Of je wordt tussentijds wakker. De slaapbehoefte per persoon ligt immers redelijk vast en is grotendeels erfelijk bepaald. Slaap je als kind lang, dan slaap je ook als volwassene langer.”

Licht activeert en vrolijkt dus op. Hoe vang je in deze periode zoveel mogelijk licht?

“Op de werkplek gelden regels over de benodigde minimale lichtsterkte. Voor mensen die in donkere ruimten werken zijn daglichtlampen nodig. Ga verder zoveel mogelijk lekker naar buiten. Zelfs bij bewolkt weer is de lichtsterkte hoog genoeg om te activeren.”

Halogeenlampen

Lukt dat niet, of is naar buiten gaan geen optie, dan helpt het ook al om thuis wat meer licht aan te doen. “Door het licht van halogeenlampen of stevige spaarlampen een tijdje schuin op je netvlies te laten schijnen, kun je een groot deel van het lichttekort compenseren. Maar doe dat niet tot vlak voor het slapengaan. Je kunt beter een uur daarvoor het licht langzaam dempen en prikkels verminderen. Anders kom je moeilijker in slaap.”