LHSP: "Bankier Dauwe respecteerde de regels bij verlenen kredieten"

De vervolging van gewezen Artesia-directielid Geert Dauwe (51) is ontoelaatbaar. De topbankier, die destijds de commerciële contacten met L&H verzorgde, wordt mee in het bad getrokken omdat het openbaar ministerie de bank Dexia niet voor alle betwiste kredieten kan vervolgen. Dat pleitte advocaat Peter Engels maandagmorgen voor het hof van beroep in Gent. Op inhoudelijk vlak sloot zijn pleidooi aan bij dat van Dexia vorige week en werd de vrijspraak gevraagd.

Belga

Door de wet op de strafrechterlijke aansprakelijkheid van vennootschappen, die op 2 juli 1999 van kracht werd, kan het openbaar ministerie (OM) de bank Dexia enkel vervolgen voor het verlenen van een persoonlijk krediet van 20 miljoen dollar aan Lernout, Hauspie en Willaert en niet voor de kredieten die voordien werden afgesloten voor de nevenvennootschapen Radial en LIC. "Je hoorde in het requisitoir van het OM zowat de spijt dat de bank niet voor alle kredieten kan worden vervolgd. Daarom is men op zoek gegaan naar iemand in de bank die men dezelfde fouten kan aanwrijven", pleitte advocaat Engels die zijn cliënt als juridische hefboom voor het OM beschouwde.

Geert Dauwe werd in juni 2003 in verdenking gesteld. Hij heeft volgens de aanklacht het eerste krediet aan de L&H-nevenvennootschap Radial toegekend zonder de gebruikelijke weg binnen Artesia (Dexia) te volgen. Ook bij de twee volgende kredieten zou hij de toplui van het Ieperse bedrijf, aldus het OM, geholpen hebben bij haar opzet om de omzeterkenning van het bedrijf niet in het gedrang te brengen. De openbaar aanklagers vorderden een effectieve celstraf van één jaar en een boete. Volgens Engels is bijzonder lichtzinning voorbij gegaan aan de manier waarop Artesia gestructureerd was en zijn cliënt daarin paste. Zo verwees hij naar de uitwerking van de drie kredieten.

"Maandenlang werd binnen Artesia druk gediscussieerd over bvb. de borgstelling en het gebruik van credit default swaps. Die hele discussie is bijna volledig naast Dauwe gebeurd. Het uitbetalen of het terugvorderen van het krediet: alles gebeurde zonder hem. " Het toekennen van het eerste krediet aan Radial - en ook van de twee volgende- is volgens advocaat Engels via de gebruikelijke kanalen goedgekeurd, in tegenstelling tot hetgeen het OM beweert, en met respect voor de scheiding tussen de commerciële cel binnen de bank (met Dauwe) en de kredietcel.

"De poging om één persoon binnen de bank mee te betrekken in dit proces, heeft voor een menselijk drama gezorgd. Mijn cliënt is uitgeput, fysiek en mentaal. Alles wat men de bank ten laste wil leggen, komt op de schouders neer van Geert Dauwe en zijn gezin. Hij moet dit proces ook afwachten in de hoop zijn professionele carrière nadien te kunnen rehabiliteren, want bankierfuncties kan hij voorlopig niet meer uitvoeren."

Los van het feit dat er geen fouten zijn gebeurd, aldus meester Engels, slaagt het openbaar ministerie er volgens hem niet in om de beweerde persoonlijke schuld van de beklaagde aan te duiden. Bewijs van de bewering dat hij wist van de fraude, is er niet. "Dura lex, sed lex, ook voor het openbaar ministerie", zei Engels.