KPMG verdedigt zich in zaak L&H

Er was niks mis met het concept van de Language Development Companies (LDC's). Van bij het begin was er, in tegenstelling tot wat het openbaar ministerie (OM) laat uitschijnen, geen enkele verbintenis waardoor L&H voor ontwikkeling moest zorgen bij die LDC's. Dat stelde KPMG-raadsman Jozef Lievens vrijdagnamiddag voor het hof van beroep in Gent.

Belga

Eigenlijk heeft het OM volgens meester Lievens geen standpunt over de LDC's. Het standpunt van het OM is gebaseerd op het verslag van de gerechtsdeskundigen, maar dat is volgens KPMG partijdig en dus nietig. Toch ging KPMG grondig in op de discussie over de buitenlandse taalbedrijfjes, die elk voor een vergoeding van 3 miljoen dollar een licentie bij L&H kochten om taaltechnologie in een bepaalde taal te ontwikkelen, en dat op eigen houtje.

In het dossier zitten een zevental verklaringen van personen die de thesis van KPMG bevestigen dat er in het concept en de contracten geen verbintenis van L&H zat om te helpen bij de ontwikkeling van die talen. Dat het OM daaraan voorbij gaat, vindt KPMG onbegrijpelijk.

De discussie over de omzeterkenning van de inkomsten van die LDC's legde KPMG voor aan een hoogleraar accountancy van de ULB, die geldt als één van de topexperten in België. Die stelde dat aan alle voorwaarden was voldaan om de omzet te boeken.

"Was er dan geen probleem met de LDC's? Ja, dat was er, maar KPMG wist daar niet van. Wij hebben dat vernomen via het strafdossier. De credit default swaps (een techniek van borgstelling bij een lening die werd aangegaan voor het oprichten van LDC's, nvdr) waren naar de Belgische wetgeving geen probleem, maar moesten naar Amerikaanse regelgeving wel gerapporteerd worden bij de jaarrekening. Het probleem is dus niet een verkeerd concept."

KPMG wijst erop dat het het LDC-concept verschillende keren heeft voorgelegd aan zijn grote experts in de VS. Die kwamen telkens tot de vaststelling dat het concept in orde was. "Natuurlijk konden wij niet zien wat Lernout, Hauspie en Willaert achter de schermen deden met die credit default swaps."

KPMG zette zich ook af tegen de bewering van het OM dat het medio 1999 niet inging op een fraudemelding. Een boekhoudster van L&H in de VS werd toen door KPMG verhoord. Volgens meester Lievens had ze in de wandelgangen een gesprek gevoerd met twee andere medewerkers en hadden die hun bezorgdheid geuit over de strategie om met LDC's te werken.

Over een bezorgdheid van boekhoudkundige aard ging het niet. Later werd de vrouw ook in Ieper door KPMG verhoord, maar daar bracht ze geen wezenlijk andere elementen aan. Zelf stelde ze vast dat het een goed gesprek was geweest met KPMG, en niet, zoals het OM liet uitschijnen, dat KPMG probeerde haar de mond te snoeren.