Bijna helft kinderen jonger dan 15 draagt een beugel

Bijna de helft van de kinderen en jongeren onder de 15 jaar in ons land draagt een beugel. In 2006 kregen precies 53.407 jongeren een beugel. Dat is vernomen bij het Verbond der Vlaamse Tandartsen (VVT).

Belga

Van alle jongeren tot en met vijftien jaar in ons land draagt 45 procent een beugel. Daarmee zit ons land iets boven wat internationaal beschouwd wordt als de "behandelingsnood". Internationaal schat men immers dat 40 procent van de gebitsproblemen orthodontisch behandeld moet worden.

Dat er in ons land meer kinderen en jongeren zijn die een beugel dragen dan internationaal nodig wordt geacht, wil evenwel niet zeggen dat kinderen onnodig behandeld worden. Stefaan Hanson, woordvoerder van het VVT, wijst erop dat het bij deze kinderen vermoedelijk noodzakelijk dat ze een beugel dragen omdat ze sociaal zouden kunnen functioneren. "Een orthodontische behandeling is meestal absoluut nodig om te kunnen kauwen, bijten, spreken en slikken."

De leeftijd waarop een kind of jongere een beugel krijgt, is erg variabel. Zo zijn er kinderen waarbij de behandeling al op zeven à acht jaar gestart wordt, terwijl er ook jongeren zijn die op hun twaalfde of dertiende pas te horen krijgen dat ze een beugel moeten dragen. "Het is wel best dat een gebitsprobleem zo vroeg mogelijk vastgesteld wordt", zegt Hanson nog.

Gemiddeld draagt een kind of jongere twee tot drie jaar een beugel. Belangrijk is wel dat de patiënt weet dat hij de behandeling volledig moet uitdoen, want anders bestaat de mogelijkheid dat de tanden zich toch weer gaan verplaatsen. Gevraagd of de kans sowieso bestaat dat de gebitsproblemen op latere leeftijd weerkeren, antwoordt Hanson formeel. "Dat mag niet gebeuren, anders is er een probleem in de behandeling of de opvolging."

Volgens de VVT kost een gemiddelde orthodontische behandeling tussen 1.250 en 2.000 euro. Daarvan wordt een groot stuk terugbetaald, ongeveer 800 euro. De meeste ziekenfondsen bieden bovendien vanuit hun aanvullende verzekering nog een extra terugbetaling aan. "Die terugbetaling schommelt tussen 300 en 500 euro, afhankelijk van welk ziekenfonds", besluit Hanson.