200 levens redden met gordel dragen en trager rijden

Als we de gordeldracht kunnen verhogen tot 95 pct en de gemiddelde snelheid kunnen verminderen met 2 km/uur dan kunnen we jaarlijks tot 200 levens redden. Dat zou betekenen dat we het aantal verkeersdoden tegen 2010 kunnen terugbrengen tot ongeveer 850.

Belga

Daarmee benaderen we de doelstelling om het aantal verkeersdoden tegen 2010 met 50 pct te verminderen. Dat heeft Patric Derweduwen, afgevaardigd beheerder van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid, gezegd in een interview.

In 2001 stelde ons land de ambitie om het aantal verkeersdoden tegen 2010 met 50 pct te verminderen tegenover het gemiddelde van de periode 1998-2000. Concreet zou dat neerkomen op een daling van 1.500 tot 750. In 2006 was het totale aantal verkeersdoden al gezakt tot 1.069, een daling met 34 pct tegenover 1.616 in 2000. Officiële cijfers voor 2007 zijn er nog niet.

Het vooropgestelde doel lijkt dus in zicht. Maar de daling lijkt zich te stabiliseren, een trend die ook te zien is in de verkeersveiligheidsbarometer. Maar hoewel de periode van de grote sprongen voorbij lijkt, is er nog ruimte voor progressie. "Het is niet abnormaal dat er na een periode van sterke daling een stabilisatie komt, maar nu is het belangrijk om nieuwe inspanningen te doen om opnieuw een verbetering te realiseren", zegt Derweduwen.

Snelheid, gordel en alcohol

Om op korte termijn het aantal verkeersslachtoffers verder terug te dringen denkt hij in de eerste plaats aan maatregelen rond het gedrag van de weggebruikers, met name op het vlak van snelheid, het rijden onder invloed en de gordeldracht. Die maatregelen moeten ondersteund worden door sensibilisatie en handhaving.

Derweduwen geeft een voorbeeld. "Wij schatten dat er jaarlijks 100 levens kunnen gered worden als de gordeldracht bij de bestuurders verhoogd wordt tot 95 pct. Als we daarnaast de gemiddelde snelheid kunnen verlagen met 2 km/uur - en uit de cijfers blijkt dat dat kan door een betere naleving van de huidige snelheidslimieten-, kunnen jaarlijks nog eens 100 levens gered worden. "Als je ziet dat er in 2006 bijna 1.070 doden waren, kunnen we gaan naar ongeveer 850 doden en dan benaderen we de doelstelling van 2010."

Op de Staten-Generaal voor de Verkeersveiligheid in 2007 werd een nieuwe doelstelling gelanceerd om het aantal verkeersdoden tegen 2015 te reduceren tot maximum 500. "Dat doel wordt moeilijker om te halen", geeft Derweduwen toe.

Daarom is er ook nood aan maatregelen op "langere termijn". Zo zou men de zogenaamde probleembestuurders of recidivisten gerichter moeten kunnen aanpakken. Maar dan zou er een centrale databank met verkeersovertredingen moeten komen. En zo'n centraal bestand is er nog niet. "Elk gerechtelijk arrondissement heeft zijn bestand en er is geen communicatie tussen de verschillende arrondissementen." Het ontbreken van zo'n centrale databank maakt ook de eventuele lancering van een rijbewijs op punten technisch onmogelijk, stipt Derweduwen aan.

Cijfers

Het ontbreekt volgens hem ook aan cijfers over het totale aantal uitgevoerde controles op de Belgische wegen. En die cijfers zijn belangrijk om een gericht verkeersveiligheidsbeleid te voeren. Wat moet de eerste prioriteit zijn van de minister van Mobiliteit en de federale regering? "Extra controles op snelheid, rijden onder invloed en gordeldracht. Daarnaast is het ook belangrijk dat er informaticasystemen worden opgericht voor een betere registratie van ongevallen en controles. Er moet ook snel werk worden gemaakt van de centrale databank van ongevallen", meent Derweduwen.

In sommige landen (bijvoorbeeld in Zweden) wordt de "vision zero" gehanteerd, zeg maar het streven naar nul verkeersdoden. Derweduwen vindt dat een nobel streven, maar noemt het op korte termijn "weinig realistisch" voor België. "Als je bij de slechtste leerlingen van de klas bent, kan je wel zeggen dat je jezelf wil verbeteren. Maar als je als een van de laatsten van de klas zegt dat je meteen de primus wil worden, is dat weinig geloofwaardig. Je moet eerst tonen dat je jezelf kan verbeteren. Pas dan kan je beginnen zeggen dat je de eerste wil worden", besluit Derweduwen.