Brits leger onderzoekt dood en marteling van Iraakse gevangenen

Het Britse leger onderzoekt aantijgingen dat 22 Irakezen in 2004 na een veldslag in Britse gevangenschap om het leven kwamen en dat negen andere gevangenen werden gemarteld. Het onderzoek van de Britse militaire politie loopt al sinds december, maar de rechter legde de media tot nu toe het zwijgen op. Dit verbod werd donderdag door het hooggerechtshof opgeheven op verzoek van verscheidene media en de, naar eigen zeggen gemartelde, Iraakse gevangenen.

AP Ned

De Britse advocaten Phil Shiner en Martyn Day, die de Irakezen in de zaak verdedigen, maakten donderdag bekend dat Iraakse ooggetuigen zeggen dat op 14 mei 2004 in de plaats Majar 31 Irakezen na een gevecht met het Britse leger gevangen werden genomen. Van hen kwamen er 22 in gevangenschap om. De andere negen werden gemarteld en mishandeld. De advocaten willen compensatie voor de overlevenden en de nabestaanden van de slachtoffers.

Legerwoordvoerder Paul Starbrook zei donderdag in een interview dat het gevecht begon nadat een Brits konvooi in een hinderlaag van opstandelingen liep. Volgens hem kwamen rond de 28 Irakezen om in de strijd die daarop volgde en werden er negen gevangen genomen, die later aan de Iraakse autoriteiten werden overgedragen. Drie Britse soldaten raakten gewond. Starbrook zei dat een onderzoek van de legerpolitie uit 2004 de Britten al van alle blaam zuiverde. Foto's van hun verwondingen zouden hebben aangetoond dat de Irakezen op het slagveld omkwamen.

De twee advocaten reisden vorige maand naar Turkije om de verklaringen van vijf Iraakse gevangenen op te nemen. "De getuigenissen van deze vijf mannen (...) bevatten schokkend materiaal en gezamenlijk vormen ze een aangrijpend relaas van de gebeurtenissen", aldus Day. "In bijna dertig jaar als advocaat heb ik nog nooit zulk bewijs gehoord", zei hij.