Zijn teefje

Onze hond - lees: de hond van mijn man - moet gesteriliseerd worden. Volgens de dierenarts is dat de beste oplossing. Volgens mij ook. Maar niet volgens mijn man. Hij wil niet dat zijn teefje geopereerd wordt.

kdejager

BR> ”Wat doe je haar aan?”, zegt hij.

”Ze is voortdurend schijnzwanger”, antwoord ik. Hij zwijgt.

”Met sterilisatie voorkom je baarmoederkanker”, zeg ik. Hij zwijgt.

”En tepelkanker.” Hij blijft koppig zwijgen. Natuurlijk is het geen leuke beslissing maar ik weet zeker dat dit voor haar het beste is.

”Ach, ik kan toch niet tegen je op”, zucht mijn man. ”Laat het dan maar doen.” Sterilisatie dus.

De dag van de operatie moet ik ‘s ochtends al vroeg weg. Mijn man brengt de hond naar de dierenarts. Hij blijft bij haar tot ze een injectie krijgt. Als ik hem ‘s middags bel, hoor ik een verdwaasde stem aan de telefoon. Alsof hij ziek is. ”Wat is er aan de hand?”, vraag ik. ”Waarom klink je zo raar?” Hij zucht. ”Ik mis mijn hond.” Aan de andere kant van de lijn lach ik hem stilletjes uit.

‘s Avonds, tegen acht uur, mogen we de hond gaan ophalen. Een half uur op voorhand staat mijn man al klaar.

”Haast je, doe je jas aan”, zegt hij.

”Ik wil op tijd zijn.” Natuurlijk zijn we veel te vroeg en moeten we wachten. Mijn man zucht, neemt een tijdschrift en legt dat weer terug. Dan ijsbeert hij door de wachtkamer. En dan... dan mogen we naar binnen.

”Alles is goed gegaan”, zegt de dierenarts. Hij geeft ons enkele richtlijnen voor de volgende dagen. Maar het gesprek dringt niet tot mijn man door. Dat zie ik. Hij kijkt voortdurend naar de deur recht voor hem. En eindelijk is ze daar: zijn hond, zijn teefje. Schuchter staat ze in het deurgat. Plotseling ziet ze hem. Ze jankt, rent naar hem toe en nestelt zich tegen zijn been. Ze wijken geen centimeter van elkaar terwijl ik afreken. Mijn man en zijn teefje. Ze zijn me dierbaar.