Tandenstoker

Print
Op het doodsprentje stond dat ze in 1914 geboren was. In de tijd van de Eerste Wereldoorlog. Als iemand zolang geleefd heeft, mag je daar als familie dankbaar voor zijn, vind ik. Vorige zaterdag was ik op haar uitvaart, want zowel de zoon als de kleinzoon behoren tot mijn goede vrienden.
Ik zat achteraan in het kerkje van Vliermaal: prachtig gerestaureerd was het daar. Tijdens de mis keek ik met verbazing naar de vele mooie beelden aan de wand. Mensen van het televisiejournaal schoven aan voor de offerande. Ze zullen er die dag in het dorp wel over gepraat hebben.
Na afloop was er een koffietafel en zowel zoon als kleinzoon drongen erop aan dat ik nog even bleef. Op zeker moment kwamen beiden naar mijn tafel, maar net toen ik een gesprekje wilde aanknopen over de overledene, zette Steven zich bij. Steven is een echte kerel, dat staat buiten kijf. Hij is lid van de familie. Een eind in de dertig. Nooit een vrouw gehad en bezeten door slechts één ding: Standard. Juist, de voetbalploeg die allerlaatste staat in de competitie.
Begrafenis of niet, piëteitsvolle koffietafel of niet, Steven was er kapot van dat zijn ploeg het zo slecht doet. En we zouden het weten. Er zaten dames mee aan tafel, die weliswaar zelf wat aan sport doen, maar die geen verstand hebben van de voetbalsport. Dat maakte Steven niets uit. Wij hoorden hem op hoge toon het woord voeren over systemen, over supporters, over Europese verplaatsingen, over...
Zoon en kleinzoon zaten er bij en wij kregen de kans niet om naar adem te happen. Hugo Philtjens, de burgemeester van Groot-Kortessem, kwam voorbij. Ik feliciteerde hem met de prachtige kerk van Vliermaal en hij haalde er meteen Guido Nijs bij, de schepen van de kerkfabrieken. Ja, zo makkelijk gaat dat bij een begrafenis in het dorp: iedereen is immers aanwezig.
Steven merkte dat we met enkelen even aan zijn aandacht ontsnapten, maar hij gaf ons geen kans: «Moet gij nu eens goed naar mij luisteren», sprak hij ons luid toe en we kregen vervolgens een rij spelers en tactieken door de strot, net op het moment dat ik een stuk rijsttaart wilde opeten.
De dames wilden het nog over een andere boeg gooien, begonnen zelfs over de komende verkiezingen te praten, maar met de uitspraak «Politiek interesseert me geen ballen» veegde Steven dit thema meteen van tafel. Uiteindelijk kregen we de slappe lach. Er restte ons geen andere mogelijkheid meer. Om een overlijden te verwerken heb je soms humor nodig en in die zin was Steven erg verdienstelijk...
Goede vrienden, pa en zoon. Hoewel vele mensen jullie kennen, zal ik jullie nu niet bij naam noemen. Ik wilde graag mijn innige deelneming overmaken, maar ik ben er zaterdag niet in geslaagd, hoewel we een halfuur samen aan tafel zaten. Willen jullie deze dan langs deze ongebruikelijke weg aanvaarden?
Want Steven, tja, die was zo opgewonden, omdat enkele uren later de bus naar Lierse vertrok, waar Standard die avond eens te meer verloor. Hij zal het niet makkelijk hebben dezer dagen, want zelfs in zijn eigen Vliermaal wordt hij bespot om zijn passie.
«Ken je het verschil tussen Standard en een tandenstoker?» vroeg de plaatselijke kroegbaas hem. «Een tandenstoker heeft twee punten.»
Ik wil Steven, een gouden kerel, best nog wel ontmoeten. Maar alstublieft niet meer bij de koffietafel na een begrafenis. Ik heb absoluut niets kunnen zeggen tegen de andere mensen. Kunt u zich dat voorstellen?