Een Charel

«Dertig jaar commerce gehad, mijnheer. In de horeca.»

jforier

Voor mij zat een waardige dame van ergens in de vijftig. Met goud omhangen, fraai opgezet. Ze had die dag een tijdje voor de spiegel gestaan, daar kon je zeker van zijn.

Of de klanten in al die jaren waren meegevallen, wilde ik weten.

«Och mijnheer», reageerde ze meteen met een gelukzalige lach. «Geamuseerd dat we ons hebben. Weet gij wie veruit onze plezantste klant was?»

Ik had er geen flauw idee van.

«Raymond Goethals, die zat vaak bij ons.»

Ik spitste mijn oren, want de smakelijkste anekdotes die in dit koninkrijk circuleren, gaan altijd over hem.

«Hij is altijd met voetbal bezig», begon de vrouw. «Die wist bij ons niet eens wat hij at of dronk, dat interesseerde hem allemaal niet zozeer. Als hij binnenkwam vroeg hij steeds: 'Geef mij maar hetzelfde van de vorige keer.' Niemand wist nog wat dat was, hijzelf ook niet Op de duur hebben wij hem altijd kreeft voorgezet.»

«Maar zijn tactiek! Wij legden stoffen tafellakens, maar hij zag dat niet eens. Die dacht waarschijnlijk dat het papier was, want als ik afruimde, had hij die lakentjes met zijn bic volgeschreven met ploegopstellingen.»

Ze zei bij het eerste rondje dat ze graag rode wijn dronk en die fles deed nu haar werk, want ze kwam aardig op dreef.

Om enig tegengas te geven, vertelde ik het verhaal dat Jos Daerden me ooit toefluisterde.

Tijdens een wedstrijd stond Raymond aan de zijlijn zijn team te coachen. Hij ging zodanig in de wedstrijd op, dat hij, toen hij zijn plaats weer innam, niet achteruit keek en... in de dug-out van de tegenstanders ging zitten. En hij had het nog niet meteen door!

«Och, maar dan ken ik nog een veel straffer verhaal!» zei ze en ze schonk zichzelf nog een glas in. Het werd een heerlijke middag. Ik had helemaal niet met mevrouw afgesproken, maar ze zat bij mensen die ik ken. Zo zie je maar hoe het kan lopen in het leven.

«Kent gij die van zijn appartement?» vroeg ze en haar ogen gloeiden van de pret. Wist ik veel.

«Hij woont in Molenbeek ergens op de twaalfde verdieping. Terwijl hij een keer in de lift stapte was hij in een krant iets over voetbal aan het lezen. In de lift keek hij maar half naar de knoppen en hij drukte op de elfde verdieping. Daar stapte hij uit en toevallig stond er een deur open. Raymond ging daar naar binnen, zette zich in de sofa en bleef intussen onverstoorbaar in zijn gazet lezen. Tot opeens de bewoners binnenkwamen. 'Mijnheer Goethals? Wat doet u in ons appartement?' 'Hela, wat doet gij bij mij?' moet hij eerst geantwoord hebben. Tot hij opeens door kreeg dat hij niet bij hem thuis zat.»

Terwijl ik nog zat te schuddebuiken, kwam ze al met een volgende stoot af. «Van zo'n Charel bestaan er geen twee. Weet ge, als hij aan vrouwen uitlegt hoe hij zelf zijn haar kleurt...»

Stop madame! Ik moest helaas vertrekken. Kunt u geloven dat ik deze zomer nergens harder gelachen heb dan dáár die ene middag.