vanmechelen op woensdag

Aldous Huxley

Print
Aldous Huxley

Aldous Huxley

Venetiaanse nachten zijn dodelijk. Thomas Mann wist er alles van. Zijn novelle ‘De Dood in Venetië’ verdient een 21ste-eeuwse herwerking, bedacht ik maandagochtend toen ik half slapend in de watertaxi van Venetië, mijn tweede thuis, naar de luchthaven Marco Polo stuiterde. De plaag die de stad nu teistert, is echter niet cholera, maar contactivitis. Venetië is een lange onderdompeling in “I want to introduce you to…” of “I don’t think you have met…” Een mens wordt van het ene naar het andere netwerk geslingerd als een flosj in een paardencarrousel op de kermis van Velm. Morpheus en Hypnos zijn goden die al lang uit Venetië getrapt zijn. Twee dagen La Serenissima zadelen me op met een enorm slaapdeficit.

Het is een korte trip geweest, in en uit, met als missie mijn deelname aan de biënnale van architectuur. Bij het binnenkomen van de tentoonstellingsruimte van het pallazo, denk ik meteen aan het kunstwerk dat ik zal maken voor het nieuwe rusthuis van het OCMW van Sint-Truiden. ‘In Captivity’, een glazen muur van elf meter lang en drie meter hoog, oftewel 5.000 glazen eieren gevangen in elf glazen panelen. Een architecturaal pareltje, dat moet gezegd. De panelen zijn made in Limburg, de eieren ‘fatto in Venezia’, zoals geweten de stek van de beste glasblazers ter wereld. Het rusthuisproject is een Italiaans-Limburgse melange zoals we die in onze provincie al een halve eeuw gewoon zijn. Maar deze keer met een uitzonderlijk architecturaal- filosofisch project waarin ouder- en kinderdagverblijf samen zitten gevat. Verleden en heden worden versmolten tot toekomsten. Met eieren van glas die het potentieel van die mogelijke toekomsten verbeelden.

Waarom zou ik een project als dit niet naar de architectuurbiënnale in Venetië kunnen sturen, dacht ik bij mijn terugvlucht. Dit verdient een plaats op een van de grootste podia ter wereld. Alleen al om de contrasten tussen deze werelden te laten schijnen. Als het zonlicht op de glazen muur valt, verspreiden de eieren het licht naar alle hoeken en kanten. Ze zijn het symbool van de oneindigheid zowel op een plaats als het rusthuis, het kinderdagverblijf als in een Palazzo in Venice.

Telkens als ik Murano bezoek waar mijn glasblazers het licht verstollen tot glas, kijk ik hoe het laatste daglicht uiteenvalt op het water en de lichtjes aanfloepen rond, boven en in de lagune. Het is dit gevoel dat ik wil verbinden met het dagelijkse leven. Het licht verleidt om stil te staan, we stappen elke dag opnieuw door deze glazen muur die functioneert als een teletijdmachine. Aldous Huxley, die ooit in Sint-truiden woonde, beschreef het als volgt: “There are things known and there are things unknown, and in between are the doors of perception”.

Koen Vanmechelen, kunstenaar