Helft van de tieners wordt gepest, één of de vijf pest zelf

Print
Helft van de tieners wordt gepest, één of de vijf pest zelf

Helft van de tieners wordt gepest, één of de vijf pest zelf

De helft van de tieners wordt gepest en één op de vijf tieners geeft toe zelf een pester te zijn. Dat blijkt uit een onderzoek op vraag van Yeti, het tienerblad van Klasse. Het onderzoek in spelvorm peilde naar het pestgedrag van 1.200 leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar. Bij dat onderzoek gaf de helft van de leerlingen aan af en toe gepest te worden. 22 procent beschouwt zichzelf als een pester.

"Pesters hebben de neiging om hun daden te minimaliseren", zegt deskundige Gie Deboutte. "Op het eerste gezicht lijkt er iets mis met deze cijfers", zegt pestdeskundige Gie Deboutte. "Maar kinderen die in de pestende rol zitten, hebben de neiging om hun daden te minimaliseren. Ze merken pesterijen op bij anderen, maar lijken niet te beseffen dat ook hun eigen gedrag kwetsend is. Omgekeerd zien we dat slachtoffers veel minder relativeren. Zij gaan zelfs eerder 'overrapporteren'. Het is dus belangrijk dat er op school ondubbelzinnige definities bestaan voor ruzie, plagen en pesten. En het is aan de leraar om de kinderen dit inzicht bij te brengen."

Geef ook de pester aandacht

Verder is het opmerkelijk dat pesters vaak niet weten waarom ze pesten en dat één leerling op zeven zowel pester als slachtoffer is. "Het pestgedrag is in dat geval een manier om hun frustraties te uiten", zegt Deboutte. Kinderpsychologe Marjan Gerarts wijst erop dat niet alle aandacht naar de gepeste leerling mag gaan. "Men mag de pester niet vergeten. Hij heeft dan wel een grote mond, maar daarom zit hij nog niet goed in zijn vel. Het is niet simpel om verder te kijken dan zijn daden, maar je moet echt op zoek gaan naar de reden van het pestgedrag".

Praten met knuffel of huisdier

Ten slotte vindt 30 procent van de leerlingen dat de school strenger moet optreden tegen pesten. Vaak hebben gepeste leerlingen weinig vertrouwen in de leraar om het pestgedrag te stoppen. Gepeste kinderen willen graag over het pesten praten, maar kiezen daarvoor vaker hun huisdier of knuffel dan hun ouders of leraar. "De vrees dat leraren hen niet geloven of boven hun hoofden gaan handelen, zit er nog sterk in", zegt Gerarts.

archieffoto