"Ik moet elke keer opnieuw wenen als ik de film zie"

Print

Ik moet elke keer opnieuw wenen als ik de film zie

Rocco Granata is alomtegenwoordig. Als het niet op een avant-première in Montréal of Rome is, is het wel levensgroot (en naakt) op de filmaffiches van Marina. Het hoogtepunt volgt ongetwijfeld vanavond, als de film in première gaat in Genk. Wij spraken naar aanleiding van die première met de zanger.

Wat vindt u zelf van de film 'Marina'?
“Stijn Coninx is een god van een regisseur. Ik heb de film al 10, 20 keer gezien, maar ik moet telkens opnieuw wenen. En niet omdat ik een oude man ben of Alzheimer heb (lacht). Gewoon omdat het mijn leven is zoals ik het beleefd heb. Zoals dat moment waarop papa woedend mijn accordeon aan de deur zet. Klaar voor de vuilniskar. Dat is een acteur, niet echt mijn vader, maar toch zie ik het weer allemaal voor me. Hoe mijn moederke aan de deur staat, bang dat haar man iets aan zijn hart krijgt, bezorgd voor haar zoon die muziek wil maken. Verscheurd tussen de liefde voor man en zoon."

Blijkbaar heeft Stijn Coninx u persoonlijk aan het schrijven gezet? Om uw boek dan achteraf dankbaar te gebruiken voor een film.
“Vijf, zes jaar geleden kwam ik hem toevallig tegen en ik had het over Waterschei, de mijnen, mijn muziek. Rocco, je kan zo mooi vertellen, waarom schrijf je geen boek? En dat was het begin. Stijn wilde het ook absoluut verfilmen. Een grote eer, natuurlijk, als zoiets gebeurt terwijl je nog leeft. En acteur Matteo, ja, dat is de jonge Rocco. Honderd procent. Ik had alleen nog gewild dat moeder en vader op de première konden zijn. Dat zou het mooiste geschenk zijn dat ik hen kon geven. Maar ik weet zeker dat ze er ergens, in geest, gaan zijn in Genk."

"Ik spreek nog altijd Limburgs"

Vandaag woont u, als Italiaanse Genkenaar, in Antwerpen?
Omwille van de optredens. Ik zat in Oostende, Brugge, Kortrijk... Als ik dan om twee uur ‘s nachts nog helemaal van de andere kant van het land tot in Waterschei moest rijden? Daarom heb ik zo’n beetje voor het midden gekozen. In 1963 heb ik twee flats gekocht in Deurne, voor mijn ouders en mezelf. Maar Waterschei zit nog altijd in mijn hart. Elke keer als ik er kom, rijd ik ook langs ons huis. Ik had het willen kopen, maar ben blij dat ik het niet gedaan heb. Anders stond ons huisje maar alleen. Maar als ik zou kunnen, droeg ik het overal mee in mijn zak. Ik spreek ook nog altijd Limburgs: dat is obbe grond gevallen. Dan corrigeert mijn vrouw me altijd."

Ze draaien Marina tegenwoordig overal. Kan u het lied zelf eigenlijk nog horen, na al die jaren?
“Ach, weet je, ik doe het voor de blik in de ogen van het publiek. Het is zo’n vrolijk lied, iedereen is gelukkig als ik het zing. Ze vragen het telkens opnieuw. Voor hen speel ik het.

U bent intussen 75 jaar, maar de harmonica hangt nog niet aan de kapstok?
“Iedereen is maar bezig over mijn boek en de film, maar ik heb net ook een nieuwe cd uit. Met Argentijnse straatmuziek. Samen met Enrique Noviello. Ben ik bijzonder trots op. Het is mijn droom om die ooit aan de paus te geven."

CV, Foto's LD