Flitspalen

Ik ben geflitst. Twee keer zelfs. Ze zijn een vergif, die onbemande camera's die in ons landschap werden neergeplant. Neem dat maar van mij aan.

armand schreurs

De eerste flits was op een zondagmiddag om halfeen. In Houthalen, als u het wil weten, op die grote brede, mooie vierbaansweg, die recht door de gemeente loopt. Het verkeerslicht stond op groen, de weg lag droog, de zon scheen een beetje en er was nauwelijks verkeer op de weg. Met een muziekje erbij op de radio. Ideale omstandigheden voor een automobilist.

Maar aan dat groen licht stond een flitspaal en die schoot plots in werking. Hoe kon dat nu? Bij terugkeer zag ik dat daar een bord met 70 staat. Intussen heb ik de papieren ontvangen. Ik reed 98 km per uur. Nochtans ben ik geen doodrijder, zelfs geen sportieve chauffeur. Maar de weg, de lekkere zon, het groen licht, geen verkeer op de baan... Ik denk dat u mij begrijpt.

De tweede keer was 's nachts om halfeen. De wet voorziet geen uitzondering voor mensen die 's avonds hebben opgetreden en die na afloop een beetje rapper thuis willen zijn. Het was op de Kempische Steenweg in Hasselt. Je mag daar ook maar 70 per uur rijden en toen dat onding aanfloepte, keek ik verschrikt op de teller: die stond op 82, zo ongeveer.

Welke levenslessen heb ik hieruit getrokken?

1. Ik ga akkoord met de plaatsing van onbemande camera's omwille van de veiligheid.

2. Ik ben er tegen dat ze uitgerekend mij pakken.

3. Ik zoek een politieker om die twee processen weg te moffelen.

U denkt toch ook zo? Want u gaat mij niet vertellen hoe België in mekaar zit. Terwijl men enerzijds wat wil doen aan de veiligheid, kunnen de overtreders anderzijds rekenen op begrip van de overheid, die wel een oogje zal dichtknijpen.

Hoewel, is er verandering op komst? Ik hoorde laatst toevallig twee politici van diverse partijen tegen mekaar klagen dat het moeilijker wordt om vanalles weg te krijgen.

«De tijden zijn aan het veranderen», hoorde ik ze zeggen. «Vroeger was het beter en ging het gemakkelijker om overal iets te forceren.»

Laten wij serieus blijven: omwille van mijn vrije mening, die ik hier wekelijks luid mag verkondigen, kan ik het mij niet permitteren om even schuin te marcheren en iemand na te lopen om dit discreet op te lossen.

U kent in dat geval dat soort van gesprekken wel.

«Ja, ik weet het wel, mijnheer, het is ambetant voor u en dan zo twee keer kort na mekaar geflitst worden, op een moment dat er geen verkeer was. En u hebt nog nooit een ongeval veroorzaakt, zegt u ?»

Ik plaats mij daarom liever op het standpunt van Jan-met-de-pet, die niemand kent en die moet betalen. Iedereen gelijk voor de wet, ook al weet die Jan drommels goed dat het in België niet waar is.

Maar als de procureur mijn dossier in handen krijgt, dan wil ik langs deze weg één verzachtende omstandigheid inbrengen. Dat tweede proces kreeg ik op de avond na België-Brazilië. Ik reken op zijn mild oordeel om mijn pijn te verzachten.