Graffiti op zaterdag

De echte naam

Aflevering 1236 : Ik keek ernaar uit om samen met mijn zoon Ellis Island in New York te bezoeken.

evrolix

Tussen 1892 en 1954 moesten alle immigranten - twaalf miljoen - door de grenscontrole van Ellis Island voor ze voet op Amerikaanse bodem mochten zetten. Onder hen bevonden zich ook de voorouders van mijn vrouw.

* * *

Op Ellis Island speelden zich soms grote drama’s af. Als inspecteurs van de immigratie een chronische ziekte, oogprobleem of mentale afwijking vaststelden, ging de persoon met dezelfde boot terug. Als je niet minstens twintig dollar op zak had, mocht je ook niet binnen.

Onvoorstelbaar dat iemand na zo’n lange, moeilijke reis weer terug moest... Was er nog een ‘thuis’ thuis? Ellis Island werd niet voor niets ‘The Island of Tears‘ of ‘Heartbreak Island’ genoemd.

In de familie van mijn schoonmoeder bleef een van de jongste dochters in Polen achter om voor haar oma te zorgen die waarschijnlijk niet door Ellis Island zou geraakt zijn. De voorouders van mijn schoonvader kwamen ook niet ongehavend uit het immigratieverhaal. Een inspecteur had het geduld niet opgebracht om naar hun familienaam te luisteren, of dacht dat de naam niet geschikt was, en maakte er iets anders van. Dat weten we omdat er in de hele wereld geen enkel ander mens met dezelfde naam rondloopt. In Ellis Island zijn ze hun echte naam kwijtgeraakt.

Met een lijstje van namen die ‘klinken als’, blijft de familie verder zoeken. Met datzelfde lijstje wilde ik naar Ellis Island, misschien vond ik daar wel iets. Maar daar zou niets van in huis komen. Ik kreeg te horen dat de gebouwen gerestaureerd moeten worden omdat orkaan Sandy er lelijk heeft huisgehouden - ‘Sandy’, ook de (echte) naam van mijn schoonmoeder...

* * *

Ik keek ernaar uit om samen met mijn zoon het Red Star Line museum in Antwerpen te bezoeken, de plek vanwaar destijds emigranten naar Amerika reisden. Tussen 1873 en 1934 scheepten twee miljoen mannen, vrouwen en kinderen - een zesde van de immigranten die door Ellis Island passeerden - in op oceaanstomers van de Red Star Line.

Op school leerden we vroeger het bekende gedicht van Karel van den Oever, over Dinska Bronska uit Plocka. De naam ‘Red Star Line’ kwam erin voor en is me altijd bijgebleven. En de naam van Dinska Bronska - verzonnen of echt(?) - natuurlijk ook: ‘Gij laast op een almanak/ der ‘Red Star Line’/ dat Canada grotere appels,/ o, hoger en geler koren heeft dan Plocka./ Het moet in Canada veel beter zijn.’

Opnieuw in de hoop informatie te kunnen vinden, had ik het lijstje met namen die ‘klonken als’ mee. Misschien kon ik in Antwerpen wel iets ontdekken dat voor de familie interessant kon zijn.

Kwam andermaal niets van in huis. Toen ik onze museumticketjes wilde kopen, kreeg ik te horen dat we vandaag niet binnen konden. Een reservatie voor een datum in de toekomst was de enige mogelijkheid. Het museum blijkt zo populair te zijn, dat deze maatregel nodig is.

Hier was het geen orkaanstorm die de deuren gesloten hield, maar een stormloop door enthousiaste bezoekers. Om toch een beetje de sfeer van de plek op te snuiven, heb ik dan met m’n zoon het museumwinkeltje bezocht. Heel wat boeken over immigratie naar Amerika - in de indexpagina’s zocht ik naar familienamen, maar vond niets.

Tussen de ansichtkaarten zat een opvallende van een meisje, jaar of dertien - foto uit 1905. Van haar is niet veel bekend behalve dat ze uit Galicië (Polen) kwam. Toevallig ook de streek vanwaar de voorouders van mijn schoonfamilie afkomstig zijn. Twee jaar geleden was er een campagne om haar familienaam te vinden - ‘Do you know this girl?’. Dat leverde een naam op - Kattyna Szysz - maar die werd later in twijfel getrokken omdat dat meisje op een boot reisde die niet van de Red Star Line was. Haar echte naam is nog altijd niet gekend. Als ze niet Szysz heet en uit Galicië afkomstig is - U ziet misschien waar ik naartoe wil - dan kan ze misschien familie van m’n vrouw zijn, wie weet.

* * *

Op weg naar onze auto zag ik door een kier in het raam van het museum - op een wand - groot een gedicht van Bernard Dewulf, over het meisje uit Galicië. Kon maar twee regels lezen: ‘Er staart iets groots in haar/ naar het einde van het lange water’.

* * *

Uit de leuke film ‘Before Sunrise’(1995), leerde ik enkele dagen geleden dat er in Wenen een ‘Friedhof der Namenlosen’ bestaat. Van mensen van wie we de naam niet kennen. De rest van ons loopt met een naam rond, maar dat is niet altijd onze echte naam. Als ik dan even filosofisch doordenk, stel ik me de vraag of er wel zoiets bestaat als een ‘echte naam’.

Wie zijn we voor we bij onze geboorte de naam van iemand anders krijgen?

* * *

Voor we terug naar huis reden, sprongen we nog even bij Hoffy’s binnen - de Joodse delicatessenzaak in de Lange Kievitstraat - voor kippensoep met matzoballen. In de straat liepen Joodse meisjes, jaar of dertien, veertien – ik dacht aan het meisje uit Galicië.

Bij vorige bezoeken aan Hoffy’s vroeg ik soms of ze ook grotere matzoballen hadden, zoals die in Amerikaanse delicatessenzaken. Groot protest! Dat was nu ook het geval. Ik vond het leuk om de gebroeders Hoffman bezig te horen: “Dat zijn niet de echte matzoballen! De Amerikanen maken alles te groot! Vandaar dat die mensen zo dik zijn!” Dat de familie Hoffman destijds niet naar Amerika emigreerde, het hoeft niet te verwonderen.

* * *

Thuis genoten we van onze kippensoep. Het hielp om de dubbele frustratie - die van Ellis Island en die van het Red Star Line museum - te verwerken. Op het nieuws hoorden we dat Amerika die dag de verjaardag van orkaan Sandy herdacht en dat het museum van Ellis Island nu opnieuw voor het publiek is opengesteld. Ik kijk ernaar uit om samen met mijn zoon Ellis Island te bezoeken...

Good luck en tot ziens.

Door Dr. Frans Baert